Blogs

Dante 700 Mei 2021: Inferno

Na enkele inleidende verhalen, mijn maandbrieven, nu dan aangekomen bij het grote meesterwerk van Dante Alighieri: La Divina Commedia. Niet bezwaard zoals Dante zich voelde in zijn ‘Nel mezzo del cammin’, voel ik toch de druk mezelf opgelegd om met enige pennenstreken inzicht te geven in de diepten en de rijkdom van dit meesterwerk. Velen met mij hebben zich hieraan gewaagd, velen die na diepgaande studie en met kennis van het Italiaans hierin succesvol zijn geweest. Ik heb die pretentie niet, verre van, desalniettemin wil ik toch op mijn eigen wijze een poging wagen. Bevalt het niet, leg het gerust naast je neer. Hoe dan ook, ik heb zelf aan mijn poging veel plezier beleefd, en dat zal nog wel even zo blijven, mijn werk is immers nog niet klaar, was het alleen maar omdat het mij een handvat en inspiratie heeft gegeven om op mijn eigen manier inzicht in dit meesterwerk te krijgen. En dat inzicht zal mij nooit meer los laten. Hoe dankbaar kan je zijn.

In zijn Divina Commedia houdt Dante niet alleen zichzelf maar ook de wereld een spiegel voor, tegelijkertijd is de Divina Commedia een leerproces voor hem en voor de wereld, het wijst hem en de wereld de weg hoe uit deze moeilijke fase te komen op weg naar een betere wereld, de ‘salvezza’ zoals hij dat noemt. Immers, zijn ‘Selva oscura’ is niet alleen een verbeelding van zijn eigen gemoedstoestand maar ook die van de wereld om hem heen, hij maar ook de wereld is in crisis, de rode draad in zijn meesterwerk.

Maar wie is Dante Alighieri eigenlijk?
Aan de hand van de jou inmiddels bekende portretten kunnen we niets opmaken, zij stralen de sereniteit en eruditie van deze poëet uit, geen glimlach zichtbaar. Van zijn (later in de tijd ietwat gekromde) neus, kan je m.i. ook niet een bepalend karaktertrek afleiden.
Hij was breed ontwikkeld, had de beroemende scholen in Bologna en Firenze bezocht, filosofie, theologie en ethiek waren voor hem geen onbekend terreinen, kortom een gestudeerd mens. Hij was tegelijkertijd ook een man van de wereld, genoot van het leven, was sociaal actief, kende velen en was ook politiek zeer geïnteresseerd. Hij was aangesloten bij de Witte Welfen, heeft in het stadsbestuur van Firenze in 1300 een rol van betekenis gespeeld, nadat hij had meegevochten o.a. in de slag bij Campaldino in 1286. Kortom, geen studeerkamergeleerde, geen dichter die zich misschien als Vondel en Shakespeare als erudiet intellectueel afzonderde van de wereld. Hij hield zich niet alleen bezig met brede visies over kerk en het landelijk bestuur maar ook met het leven van de gewone mensen waar hij zich zelf ook toebehoorde. Hij zag bij hen wat hij ook bij zich zelf zag, een volk in een staat van crisis, een volk geestelijk verdwaald.
Zijn grote betrokkenheid bij al wat hij om zich heen zag was tegelijk mogelijk de bron van zijn persoonlijke crisis, zijn geestelijke dwaaltocht. Maar hoe hier uit te komen?

Hij moet op zoek gegaan zijn naar antwoorden. Het is goed mogelijk dat inhoud en opzet van La Vita Nova, waarin een driedelige structuur verlopende van de concrete, voor hem onbeantwoorde liefdesrelatie via de abstracte liefde naar de uiteindelijke goddelijke liefde de basis heeft gelegd voor driedelige structuur en inhoud van de Divina Commedia. Ook in de Divina Commedia begint hij met allerlei verhalen, legt daar een diepere betekenissen onder om ervan te leren om later via de geestelijke zuivering als een soort catharsis, bekend van de Griekse tragedies, het goddelijke te bereiken.
Kennelijk hebben zijn persoonlijke crisis, zijn frustraties hem zo in de greep gehad, dat hij het noodzakelijk heeft gevonden om zijn eigen spiegel van zich af te draaien en deze voor te houden aan de Italiaanse medemens. Hij zag zijn eigen crisis als een spiegel van die van de samenleving. Juist door dat besef, natuurlijk ten zeerste versterkt door zijn ballingschap, is de inhoud van de Divina Commedia het tegenovergestelde geworden van La Vita Nova. In La Vita Nova staat zijn eigen nieuwe leven centraal vanweg zijn ontmoeting met Beatrice, in de Divina Commedia de samenleving.
Eenmaal tot dat besef gekomen schroomde hij niet om alle middelen uit de kast te halen om de mensheid duidelijk te maken hoe er geleefd moet worden om tot een betere wereld te komen.
Via alle verhalen, confrontaties waartoe verkeerd gedrag toe kan leiden, wil hij de mensen het (morele) besef bij brengen hoe tot een noodzakelijk beter leven te komen.

Het gaat hem zo aan het hart, je zou ook kunnen zeggen dat de crisis bij hem en voor zijn gevoel ook bij de samenleving zo diep zat dat hij niet schroomde ter versterking van intensiteit en dramatiek om zijn eigen ziel en zaligheid aan de wereld kenbaar te maken juist om een ieder aan te sporen iets goeds van het leven te maken. Door zijn eigen zwakheden te etaleren hoopte hij bij de mensen, bij de kerk en het bestuur een gevoelige snaar te raken. Of dat uiteindelijk iets heeft opgeleverd? Wie het weet mag het zeggen.

Tegenwoordig zou je het bekentenisliteratuur noemen. Velen schrijven boeken om hun eigen ervaringen te delen, om mensen wat mee te geven, advies. Ook om iets van je af te schrijven, je hart te luchten, je vervelende ervaringen te verwerken. Weliswaar niet om mensen een spiegel voor te houden als middel tot zelfonderzoek, zoals Dante doet om ervan te leren, daarbij niet de sancties schuwend als het gedrag niet passend is, maar om mensen steun en houvast te geven. Een andere insteek, maar het fenomeen iets van je af schrijven dat hebben de schrijvers van nu en Dante gemeen. En daarmee staan we weer met beide benen in de actualiteit, hetgeen mij aanspoort weer terug te gaan naar het meesterwerk van Dante Alighieri, La Divina Commedia.

La Divina Commedia bestaat uit 3 delen: het Inferno, het Purgatorio en het Paradiso. In deze aflevering zal ik mij beperken tot het Inferno, vanwege alle verhalen en personages het meest bekende deel, ook voor Dante het gemakkelijkste deel. Aandacht aan het Purgatorio en het Paradiso zal in Juni en Juli worden besteed. Verwijzingen naar die delen zal ik in deze aflevering zoveel mogelijk beperken, neemt niet weg dat alle 3 de delen innig met elkaar verbonden zijn, zij vormen met elkaar een onverbrekelijke drieluik.

Introductie

Nel mezzo del cammin di nostra vita,
mi ritrovai per una selva oscura,
ché la diritta via era smarrita.
(Op ‘t midden van ons levenspad gekomen*,
Kwam ik bij zinnen in een donker woud
Want ik had niet de rechte weg genomen)

De beroemde beginregels van het Inferno, wie kent ze niet, ook op de dag van vandaag (in Italië) gebruikt, weliswaar niet letterlijk ‘Nel mezzo’, om aan te geven het even niet te zien zitten, een moeilijke periode door te moeten maken.

Hoe plastisch beschreven, maar met zoveel betekenis. Laten we er wat uithalen.

‘Nel mezzo’, op de helft van ons leven, toentertijd was de gemiddelde levensduur ongeveer 60 jaar. Hij was zelf 41 jaar toen hij in 1306 aan zijn Divina Commedia begon, voor hem redelijk op de helft ook al kon hijzelf niet weten dat hij 56 jaar zou worden.

Hij zegt hier ook ‘nostra vita’ en vervolgt met ‘mi ritrovai’. Meteen aan het begin geeft hij al direct aan de essentie van zijn werk: ‘mi’ en ‘noi’. Niet alleen ik maar wij allen verblijven in een ‘Selva oscura’.

Selva oscura, een verrassend aardig beeld om later daarin een aantal dieren ten tonele op te voeren. In een bos kan dat, wordt wat lastiger in een open veld of op de openbare weg. Maar dit terzijde. Met dat beeld van het donkere bos wil Dante onderstrepen in wat voor een moeilijke situatie hij en de wereld zich bevinden.

Hij is veroordeeld tot verbanning, de kansen om terug te keren naar Firenenze zijn klein. Pogingen van de Witte Welfen om de stad weer in te nemen zijn mislukt, vernederende aanbiedingen om naar de stad terug te keren heeft hij afgewezen, daarmee zijn lot een definitieve verbanning bezegelend.

Hij kijkt naar zichzelf. Hij onderkent zijn ondeugden, niet voor niets treden juist deze 3 dieren in het bos hem tegemoet, ook zijn zicht op het juiste geloof is vertroebeld. Zijn geestelijke wanhoop is groot, hij is op zoek naar een uitweg, hij wil zijn levensweg vervolgen, maar hoe?

Alhoewel hij pas aan het begin staat van zijn zelfonderzoek en hij zijn eigen redding nog moet ervaren geeft hij wel in zijn eerste versregel al aan dat hij daarin vertrouwen heeft. Hij zegt immers dat hij verdwaald is, de rechte, naar mijn mening eerder de juiste weg kwijt is. Smarrita, niet perdita, dus kwijt maar niet verloren. Kwijt, dan kan je het terugvinden, ook al zal je dat veel moeite kosten, verloren is definitief. Maar ‘verloren’, dat zegt Dante niet, vandaar zijn vertrouwen in een goede afloop van zijn reis die nog moet beginnen.

Alhoewel hij er uiteindelijk ongeveer 15 jaar over heeft gedaan om zijn Divina Commedia te voltooien, of zijn genezing ook zoveel tijd in beslag heeft genomen blijft een vraag, voor Dante zelf duurde zijn reis door het hiernamaals 7 dagen en nachten, te beginnen in de nacht van Witte Donderdag 7 april in de Goede Week voor Pasen in het Jubeljaar 1300. In het donkere woud was Dante dus in de nacht van 7 op 8 april.

Ook de wereld om hem heen geeft hem veel zorgen. Daarin is veel aan het veranderen waar hij het moeilijk mee heeft. Er is veel onderlinge strijd, stadsstaten met de daaraan gebonden families, zoals de Witte en Zwarte Welfen en Ghibellijnen in Firenze, zijn voortdurend met elkaar in oorlog, waarbij ook de pausen en de keizer zich niet onbetuigd laten, de steden, de comuni en signorie ontwikkelen zich sterk, er ontstaat een nieuwe wat rijkere middenklasse, die het niet zo nauw neemt met de oude waarden en gewoonten. De opkomst van het bankwezen, mede dankzij de ontwikkeling van het geld, de florijn, en de toename van de handel geven niet alleen welvaart, maar leiden ook tot machtsmisbruik, corruptie, afpersing etc.

Consumentisme nam toe ten koste van het besef van de goddelijke en menselijke waarden.

En die misbruik en corruptie geldt niet alleen de wereldlijke macht maar ook de kerk, die ook zelf de weg kwijt is, tekort schiet in haar plicht, verblind door haar wereldlijke macht, het geestelijke leven van de burger te beschermen.

Met een wat ruime blik zou je die tijd met de tijd van nu kunnen vergelijken. Het individualisme, de neoliberale samenleving, het materialisme, ondersteund door een onvoorstelbaar technologische vooruitgang, de digitale wereld, maar ook het gebrek aan wederzijds respect dat zich uit in een steeds sterk wordende verruwing in de onderlinge verhoudingen, velen beklagen zich hierover, terwijl men aangeeft dat de aandacht voor de medemens, het sociale, maar ook de aandacht voor de natuur daaronder leiden.

Het is van alle tijden, de spanning tussen deugd en ondeugd, tussen macht en onmacht, bezit en bezitlozen, tussen behoud en vooruitgang, maar je erbij neerleggen, net zoals Dante met zijn Divina Commedia heeft aangegeven: Nee. Hoe moeilijk ook, een streven naar een betere wereld zou een ieder tot het zijne moeten rekenen, de les die Dante ons ook op de dag van vandaag leert. Het motto van de schilderijententoonstelling die door Dante Amersfoort in september 2021 wordt georganiseerd heeft daarom terecht het motto ‘Dante leeft!’ meegekregen.

Ook in de geesteswetenschappen was het een en ander aan de hand. Ook in die tijd was er een brede belangstelling voor filosofie, theologie, ethiek, retorica en religieuze kwesties. Al deze vormen van geesteswetenschap waren niet meer voorbehouden aan een kleine groep kloosterlingen, kerken maar werd gemeengoed onder de leken, dus ook bij Dante.

Alhoewel in die tijd onder de intellectuelen het Latijn een bekende uitingsvorm was, groeide de behoefte om zich in proza en poëzie zich in de volkstaal uit te drukken. Dante heeft nog een aantal van zijn werken in het Latijn heeft geschreven, w.o. De Vulgari Eloquentia, voor hem was de volkstaal een instrument geworden bij uitstek om zijn breed repertoire aan gevoelens, zijn buitengewoon gekunstelde verhalen, zijn inzichten met alle mogelijke nuances en stemmingen te beschrijven. Bovendien was de volkstaal voor een groot publiek toegankelijk, voor Dante een aantrekkelijk vooruitzicht.

Los hiervan kan je het gebruik van de volkstaal ook zien als een hak zetten naar de kerk, waar het Latijn als volkstaal fungeerde.

In de loop der jaren zijn woorden en uitdrukkingen voor het eerst door Dante gebruikt ook nu nog in het huidige Italiaans in zwang, zonder dat men zich overigens bewust is dat deze woorden en uitdrukkingen voortkomen uit de werken van Dante en dan vooral uit het Inferno.

In het verloop van dit verhaal zal ik, waar die uitdrukkingen voorkomen, het bij het betreffende Canto aangeven. De toelichtingen op de uitdrukkingen laten goed in detail zien, los van de grote verhalen, hoe fijnzinnig en doordacht Dante elke versregel heeft geformuleerd. Juist in die details zie je de grootsheid van dit immense poëtische bouwwerk.

In zijn eerste beroemde werk in de volkstaal, La Vita Nova, maakte Dante gebruik van La Dolce Stilo Novo, ontsproten aan de hoofse liedkunst van de troubadours, door Guido Guinizelli uit Bologna voor het eerst in Italië toegepast, later ook door een groep Florentijnse dichters onder aanvoering van Guido Cavalcanti, zijn vriend, toegepast.

In die Dolce Stilo Novo stonden de Donna angelo, de hemelse vrouw en de liefde en vriendschap centraal, waarbij de rede de liefde in toom moet houden om niet te ontsporen. Dit thema zien we terug in La Vita Nova. Waar het gebrek aan rede, aan ragione, toe kan leiden, zien we straks in het verhaal terug van Paolo en Francesco.

Over deze Guido Cavalcanti, Welf, valt wat te zeggen, ook over zijn vader Cavalcante dei Cavalcanti, epicurist. Deze komen we weer tegen samen met Farinata bij de ketters, Canto X.

Guido trouwde met Bice, ook Beatrice werd zo genoemd, dochter van Farinata degli Uberti, Ghibellijn. Het was Dante die als prior van Firenze in 1300 Guido uit de stad heeft verbannen. Later is deze verbanning vanwege zijn ziekte herroepen waardoor Guido naar Firenze kon terugkeren, alwaar hij later in het jaar in 1300 stierf. Deze Guido zien we ook terug in het Purgatorio Canto XI (97-98).

Alvorens Dante te gaan vergezellen in zijn tocht naar het binnenste van de Hel, wil ik toch nog even stilstaan bij de opzet van La Divina Commedia als onverbrekelijk drieluik.

Ieder deel van de Divina Commedia heeft 33 Canti, met een extra Canto voor de Hel ter introductie, in totaal dus 100 Canti. Ieder Canto heeft tussen de 100 en 150 versregels, onderverdeeld in blokjes van 3 regels, la terzina. 3 Verwijst naar de Drie-eenheid, het heilige getal. 33 is een veelvoud van 3. 100 is 3 x 33 + 1, het laatste getal verwijzend naar de eenheid van God.

De 33 verwijst ook naar het aantal jaren dat Christus op aarde heeft doorgebracht.

De idee van een Hel, Vagevuur en Paradijs in het christelijke geloof is al oud. Het gebruik van een taps toelopende Hel, gelegen in het centrum van Jeruzalem, valt samen met het kosmische middeleeuwse wereldbeeld, net zoals het Purgatorio in bergvorm, waarbij het Paradiso inspeelt op het Ptolomeische beeld van de planeten (Ptolomeus, een Griekse astroloog 150 na Chr.).

De weg van Dante naar het Paradiso zou ook geïnspireerd zijn op een Arabisch werk, waarin de ten hemelopstijging van Mohamed wordt beschreven. In die tijd waren ook mysteriespelen populair, waarin God, engelen, hemel en hel hun rollen hadden. Bijbelse verhalen, angstig uitgedoste duivels, vleugjes vroomheid, verrassende enscenering moesten het publiek boeien. Vooral in het Inferno kun je met wat fantasie de uitwerking van zo’n mysteriespel je wel voorstellen. Vermakelijk en leerzaam tegelijk als een poppenkast en dat niet alleen voor de mogelijk aanwezige jongeren.

Voor Dante is de weg door de Hel een leerproces, een lange weg van de bewustwording van de straffen die men kan ondergaan indien men van de juiste weg is afgedwaald, Zielen die zich daar bevinden zijn daar tot in de eeuwigheid verdoemd. Tegelijk zijn die straffen een handvat om inzicht te krijgen in de achtergrond van het daarachterliggende kwaad om te voorkomen dat men zelf tot dat kwaad overgaat.

In het Purgatorio ondergaan de zielen een periode van zuivering middels boetedoening, waarin de rede weer over de passie wordt hersteld. De bewustwording wat goed en kwaad is wordt aangescherpt alsmede het besef welk invloed de vrije wil daarop kan hebben. De zielen aldaar hebben uitzicht op een ontvangst in het Paradiso, maar moeten geduld hebben om uiteindelijk te kunnen genieten van het eeuwig samenzijn met God, de Drie-eenheid.

 

Weer terug naar de eerst regel: Nel mezzo del cammin mi ritrovai etc.

Dante voelt zich in een diepe, men zou kunnen zeggen midlife crisis, hij is zich daar zeer van bewust. Maar is dat bewustzijn van je eigen wanhopige geestelijke staat niet het begin van je redding? Zeggen niet alle psychologen, mediators, om uit je problemen te komen is allereerst het besef nodig dat je die problemen hebt. Alleen pas dan kan er zicht zijn op een redding. Wat een psychologisch inzicht van Dante!

Maar Dante gaat verder, hij draait er niet om heen, hij benoemt en daarmee voor iedereen kenbaar, zijn eigen, maar tegelijk ook die van de wereld, belangrijkste kwalen, zijn ‘vizi’, door oog in oog te komen staan met drie roofdieren te weten de luipaard, (lonza), de leeuw (leone) en een wolvin (lupa), symbolen van resp. de wellust (lussuria), hoogmoed (superbia) en de begeerte (cupidigia). Ook staan deze dieren symbool voor resp. Florence, Frankrijk en Rome, dit terzijde.

Dante is zich bewust van zijn wellustig karakter, de wereldse geneugten ontgaan hem niet. De Vita Nova laat hij daar al iets van doorschemeren, niet alleen zijn al zeer vroeg belangstelling voor het vrouwelijk schoon maar ook als hij Beatrice voor de derde tegenkomt hij het verstandiger vindt om zijn warme belangstelling voor Beatrice te verbloemen door contacten te onderhouden met andere vrouwen. Voor Beatrice aanleiding om daarna Dante geen blik meer waardig te gunnen. Beatrice vervult in de Divina Commedia een sleutel rol, zijn vrouw Emma Dorati komt nergens in zijn verhaal voor.

Maar het is Dante zelf die in zijn Divina Commedia aanwijzingen geeft voor zijn belangstelling voor het vrouwelijk schoon. Bij het horen van het liefdesverhaal van Paolo en Francesca bezwijkt hij, geëmotioneerd, tegelijk ook jaloers omdat zij wel bij elkaar mogen blijven en hij en zijn Beatrice niet. Er wordt zelfs gesuggereerd dat Dante polygaam zou zijn, roddel of niet, het geeft aan dat het etiket lussuroso voor Dante vermoedelijk niet misstaat.

De superbia, de hoogmoed van Dante wordt niet alleen gebaseerd op zijn bewustzijn van zijn superieure intelligentie maar vooral geassocieerd met het lef van Dante om op de stoel van God te gaan zitten en te oordelen over goed en kwaad van de medemens. Dante ziet hoogmoed als zijn grootste persoonlijke zonde, het spijt hem, dat weerhoudt hem niet om hoogmoed als een van de zonden in de Hel met de verschrikkelijkste soort straffen op te zadelen. Hij laat dat zien in Canto XI waar Dante zich met de boetelingen identificeert en met hen gebogen meeloopt alsof hij zelf een last moet torsen.

Bovendien laadt hij nog een extra bedenking van hoogmoed op zich doordat hij zo te keer gaat tegen personen die ook hem zelf in directe zin kwaad hebben berokkend dat je zou kunnen denken dat Dante hier onder een denkmantel van een goddelijk sausje eigenlijk een persoonlijke vendetta pleegt. Wat hier ook van zij, misschien moet je dit aspect niet zo serieus nemen, maar met een knipoog, louter als handvat om zijn dieperliggende boodschap aan ons door te geven.

De cupidigia of avarizia, de onbeteugelde behoefte aan geld, goed en eer, is volgens Dante de bron van alle kwaad, in de kerk, in de staat, onder de mensen. Een moeilijk te onderdrukken eigenschap, die tot veel ellende en menselijk leed aanleiding kan geven, waardoor de lupa als het gevaarlijkste van de 3 dieren wordt beschouwd.

Zijn spirituele crisis vindt plaats als hij in de kracht van zijn leven is.

Om de 3 fiere, wilde dieren,- zie wat later gezegd wordt over Fiero pasto - te overwinnen, de lussuria (lonza), de superbia (leone) en de cupidigia (lupa), moet hij een lange reis gaan van meditatie en verlossing en nadenken over de straffen van de zondaars. Hoop is er voor hen die spijt hebben en vreugde die hun eigen wil aan die van de goddelijke uniformeren.

Hem als levend persoon is deze historische reis in het ondermaanse toegestaan, maar waarom aan hem, vraagt Dante zich af, zoals het ook aan Aeneas en Paulus was toegestaan. Vergilius gaat die vraag uit de weg en zegt hem niet bang te zijn en dat Beatrice is gekomen om hem naar het paradijs te begeleiden. Zo gaat hij op weg.

Direct na de ontmoeting met de 3 wilde dieren komen Vergilius en Beatrice in beeld, zeer bepalende personages zo direct aan het begin van zijn verhaal.

Vergilius. (1ste eeuw voor Chr.) Deze beroemde dichter, bekend van de Aeneas- het verhaal van de omzwervingen van Aeneas na de val van Troje en de stichting van het Romeinse Rijk- , was voor Dante een toonbeeld van eruditie en dichtkunst, maar ook van wijsheid en van de menselijke rede. Immers voor Dante was de rede het instrument bij uitstek om los van kerk en staat grip te krijgen op elke situatie. Tegelijk werd de Aeneas gezien als een vooraankondiging van het Christelijke rijk.

Op voorspraak van Beatrice, afgedaald om Vergilius te vragen adviseur, gids voor Dante te zijn, aanvaardt Vergilius deze opdracht. Vergilius zal veelvuldig door Dante worden bezongen, worden geroemd om zijn kwaliteiten, hij die Dante door de vele moeilijke periodes heen helpt, die hem verzoekt door te gaan, niet te aarzelen op moeilijke momenten, vertrouwen in hem en in de goede afloop te hebben. Ook in zijn komst zie je een bevestiging van modern psychologisch inzicht. Naast het besef van je eigen ellendige situatie is ook het besef van bijstand door een derde, een wijs persoon met levenservaring, een noodzaak om de lange en moeilijke weg vol met hobbels en kuilen naar herstel met succes te kunnen voltooien.

De rol van Beatrice meteen aan het begin van zijn weg door het hiernamaals is ook bijzonder. Beatrice, opgenomen in de hemelse sferen, was een voor Dante onbereikbare geliefde, die Dante in zijn La Vita Nova al eens in zijn dromen was verschenen en die hem nu weer als reddende engel tegemoet treedt. Met deze goddelijke interventie in het begin wordt aangegeven dat zijn tocht succesvol zal verlopen, immers Dante kan op goddelijke steun rekenen.

Hiermee zijn het begin en eind van de Divina Commedia met elkaar verbonden. Sterker nog, door de dominante rol van Beatrice is eigenlijk het begin en einde van het leven van Dante middels Beatrice met elkaar verbonden. Hij ontmoet Beatrice als hij 9 jaar is, daarna vele jaren later nog 2maal, zij sterft in 1290 als Dante 25 jaar is, waardoor zij, haar liefde, voor Dante onbereikbaar blijft.

Dante ziet haar in zijn dromen en schrijft in 1294 zijn La Vita Nova. Rond 1306 ziet Dante al werkende aan zijn La Divina Commedia, Beatrice weer, eerst in het bos en later in het Vagevuur. Als Dante zijn Paradiso heeft voltooid, zijn werk heeft volbracht, je zou het een goddelijke sturing kunnen noemen, sterft hij in 1321 met Beatrice in zijn hart op weg naar de hemelse zaligheid.

Het blijft toch heel bijzonder als je erover nadenkt, dat Dante in zijn jonge jaren, rond zijn 30ste, La Vita Nova schrijft, niet wetende hoe zijn leven zal gaan verlopen, zijn ballingschap nog niet voorziend, terwijl juist dat boek in retrospectief zo’n belangrijke basis is geweest voor zijn latere Divina Commedia. Het wordt wel gezegd dat La Vita Nova zonder de Divina Commedia nooit die aandacht en betekenis zou hebben gehad die het nu heeft. Het tegenovergestelde is ook waar, zonder La Vita Nova, d.w.z. zonder de eerste ontmoeting van Dante en Beatrice op zijn 9 jarige leeftijd (sic!) geen Divina Commedia.

Inferno

Wat maakt de Hel zo bijzonder?

De Hel, voorgesteld als een taps toelopend ravijn dat reikt tot het centrum van de aarde, door de val van Lucifer ontstaan, staat symbool voor de val der zielen op basis van de ernst van de zonden, via het voorgeborchte, langs de sfeer van de continenza, de onmatigheid, de sfeer van de natuurlijke instincten zoals wellust, gulzigheid, verkwisting of toorn, eenmaal in de stad Dis, de Benedenhel aangekomen, naar de sfeer waar de rede bijdraagt aan het kwaad, het geweld, de fraude. Vervolgens af te zakken in de 10 delen verdeelde Malebolge, waarna via het ijs van Cocito, daar waar de verraders zijn, men in het centrum van de Hel is beland, daar waar Lucifer huist.

De hel visualiseren, wie kan dat beter dan Botticelli?

Sandro Botticelli - La Carte de l'Enfer - Category:Sandro Botticelli's illustrations to the Divine Comedy - Wikimedia Commons

Het zijn de straffen die de zielen voor eeuwig moeten ondergaan.

De duidelijk met veel fantasie omschreven straffen zijn een lering, een waarschuwing, die ook Dante in zijn rol als pelgrim en verteller niet onberoerd laten. Bij velen die Dante tegenkomt voelt hij zich persoonlijk betrokken, hij kent ze, juist ook omdat hijzelf zogezegd niet zonder zonden is. Juist dat maakt dit verhaal nog dramatischer.

Ook al zijn ze in de Hel geplaatst hij heeft medelijden en bewondering voor Paolo en Francesca, Farinata degli Uberti,Pier della Vigna, Brunetto Latini, Odysseus en Ugolino della Gherardesca, we komen ze allemaal tegen.

De aard, duur en de voortdurende herhaling der straffen dragen bij aan het dramatisch karakter.

De straffen worden bepaald op basis van ‘contrapasso’, de vergelding, of gelijk aan de zonde of tegengesteld daaraan en op basis van de bekendheid van de persoon.

Zo worden de wellustigen omringd door stormen symbool voor hun niet te stillen wellust, de sodomieten omgeven door vuur uit de hemel, de gulzigen bedolven onder hun genuttigd eten, de hebzuchtigen en spilzieken verplaatsen voortdurend en doelloos de zware stenen die hun bezittingen symboliseren,de toornigen en de afgunstigen verdronken in hun gevoelens van haat en afgunst, de overmoedigen gedwongen gebogen te lopen met enorme massa’s op hun rug, de gewelddadigen in bloed ondergedompeld en de jaloersen omgeven door een eeuwige koude regen. Enkele voorbeelden, nog meer zijn te noemen aangezien nagenoeg elke van de 33 Canti kent wel een of ander vorm van straf.

De werkelijke straf is de vereeuwiging van het aardse gedrag, los van God, slaaf geworden van idolen zoals geld, macht, sex, overmoed, begeerte etc.

 

Door de grote variatie aan scènes, situaties, toonzetting, snelheid, onverwachte wendingen en dat in versvorm, soms met weinig woorden, blijft de lezer geboeid.

Dante maakt gebruik van het beeld van contrasten, van sterke tonen ten opzichte van intieme en reflexieve, van persoonlijke confrontaties tegenover beschrijvingen van de omgeving, politiek commentaar, van te keer gaan en aanmoedigingen, van medelijden en bewondering tegenover afschuw en woede.

 

Onze daadwerkelijke reis door het hiernamaals, de eerste fase,

de Hel, het Inferno, is begonnen.

 

Na deze inleidende beschouwing begint nu echt samen stap voor stap, Canto voor Canto, tezamen met Dante en Vergilius onze weg door de Hel naar het diepste der diepen, daar waar Lucifer met zijn vleugels het ijs zo koud maakt dat niemand meer daaraan kan ontsnappen. Wij samen met Dante en Vergilius wel, maar daarover later.

 

Canto 1 en 2 De verwijzing naar de Selva oscura, de komst van Vergilius en Beatrice, ruim hiervoor besproken.

 

In deze 2 Canti 3 uitdrukkingen, waarvoor aandacht.

‘Far tremare le vene e i polsi’ (Canto 1- 90)

(Om haar huivert mijn bloed en beeft mijn hand*)

Dante vraagt Vergilius hem de te helpen de wolvin, de lupa, te betomen. Uiteindelijk moet er een veltro, een jachthond, aan te pas komen om de lupa te verjagen. In dit verband wordt vaak Berlusconi geciteerd. Hij zou deze uitdrukking gebruikt hebben in 2004 om te problemen bij Alitalia aan te duiden en tijdens een campagne in 2008 om zijn angst voor zijn tegenstander, geen lupa maar Veltroni, uit te drukken.

 

Tra color che son sospesi (Canto II 52-54)

e donna mi chiamò beata e bella,

tal che di comandare io la richiesi.

(In ‘t voorgeborchte waar ik rond moet waren*,

Riep mij een vrouw zo zalig en zo schoon

Dat ik haar vroeg haar wil te openbaren)

 

Hier spreekt Vergilius, verwijzend naar de komst van Beatrice, die zelf in het voorgeborchte moet blijven, net zoals al diegene die gestorven maar niet gedoopt zijn, zij die leefden voor Christus. Zij moeten wachten, zijn ‘sospesi’, vandaar het gebruik van deze uitdrukking om een staat van tijdelijk wachten aan te geven.

 

Even verderop in dezelfde Canto II- 92

Che la vostra miseria non mi tango

(Dat uw benauwdheid mij niet kan benauwen*)

‘Non mi tange, het raakt me niet, wordt vaak schertsend gebruikt. Beatrice geeft aan Vergilius aan dat zijn ellende haar niet raakt. Zij is door God gezonden, zij is ongevoelig voor het kwaad.

 

Canto 3

Alhier de beschrijving van de Città dolente, de Hel, een plek van eeuwige pijn, de plek van het verloren volk.

 

Versregel 4-9

Giustizia mosse il mio alto fattore

fecemi la divina podestate,

la somma sapienza e ‘l primo amore.

Dinanzi a me non fuor cose create

Se non etterne, e io etterno duro

Lasciate ogne speranza, voi ch’intrate

 

(Mijn maker schiep mij uit gerechtigheid.*

Door goddelijke almacht, hoogste rede

En eerste liefde werd zijn hand geleid.

Niets is er voortgebracht in het verleden

Of het had eeuwigheid, ook ik duur voort;

Er is geen hoop voor wie hier binnentreden.)

 

Alhier meteen aan het begin van dit Canto een verwijzing naar de goddelijke rechtvaardigheid, wijsheid en liefde.

Die rechtvaardigheid vereist ook dat spijtloze zondaars, in wijsheid en liefde, worden gestraft, de vergelding, de ‘contrapasso’. Die straf is noodzakelijk, immers zonder straf zal men straffeloos in zonden kunnen leven. En dat is niet de bedoeling in een rechtvaardige samenleving.

Maar Dante windt er geen doekjes om, eenmaal binnen, de op ‘Nel mezzo’ na de meest geciteerd versregel, ingehouwen boven de poort van de Hel: “Lasciate etc.…..laat alle hoop varen, er is geen redding mogelijk, zo!

Deze uitdrukking, geschreven op een stuk karton, wordt wel eens door scholen gebruikt als een middel om de leerlingen enige angst in te boezemen wanneer ze voor een examen opgaan.

 

Waar de toegang tot de Hellepoort leidt, wie heeft dat ooit beter in beeld gebracht dan Rodin?

Hoe Rodin 200 beelden samenbracht in zijn Hellepoort – //Vensters (kunstvensters.com)

 

Alvorens in te gaan op 3 andere bekende uitdrukkingen, die elkaar in dit Canto opvolgen, wil ik even wijzen op een banner van Janne Schipper, prijswinnares, met de tekst ‘Il ben dell intelletto’

Zij verwijst hierbij naar versregel 18 van dit Canto met de tekst: ‘c’hanno perduto il ben de l’intelletto’. Janne verwijst in haar toelichting naar de zondaars, die volgens haar hun geestelijk onderscheidingsvermogen hadden verloren en in een kring moesten lopen achter een vaandel omdat ze tijdens hun aardse leven nooit achter een vaandel hadden aangelopen of te wel nooit keuzes hadden gemaakt. Eigenlijk wordt bedoeld, het zicht op God te hebben verloren, het einddoel van het verstand. Alleen met verstand, met keuzes maken kun je God bereiken.

Winnaars Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst 2020 - Paleis Amsterdam.

Che visser sanza infamia e sanza lode (Canto III, 36)

(Omdat zij goed hebben gedaan noch kwaad*)

Hier een meer algemene uitdrukking, niet goed niet slecht, middelmatig, neutraal dus. Tegenwoordig zegt men: Bravo, ma non bravissimo. Bene, ma non benissimo. Dante verwijst hier in nogal scherpe bewoordingen naar de ignavi, zij die geleefd hebben zonder zware zonden te hebben begaan, maar zich ook niet achter het geloof hebben geschaard, die i.t.t. Dante geen duidelijke positie hebben ingenomen terwijl dat wel noodzakelijk was.

 

Als hier de ignavi door Dante zo scherp woorden beoordeeld, en ik dit tot me door laat dringen, dan vraag ik me toch af in hoeverre ik / wij ignavi ben / zijn. Hoe vaak kijken wij niet om, steken we onze hand niet uit en laten onze mening niet horen als dat nodig is. Je leest het dagelijks in de krant, mensen die niets deden terwijl ze het gevaar voor hun ogen zagen, wat te denken van al die mensen die actief aan het in stand houden van de Toeslagenaffaire hebben bijgedragen terwijl men wist dat het onrechtmatig was, of zij die tijdens de oorlog in stilte hebben bijgedragen aan het in stand houden van de Nederlandse of Duitse oorlogsmachine.

Niet dat ik zelf op de stoel wil gaan zitten om aan een ieder de vraag voor te leggen of men zich als ignavo helwaardig vindt, nee, het gaat mij hier om te onderstrepen dat de vraagstukken van toen, waar Dante het over heeft als hij de ignavi in beeld brengt, o zo actueel zijn. Mijn geweten laat mij dit zo menselijke vraagstuk niet meer los, een voor mij geheel onverwacht resultaat van mijn eigen pennenvruchten.

Non ragioniam di loro, ma guarda e passa (Canto III, 51)

(Zie en ga voort, zonder van hen te spreken*)

Dat zegt Vergilius tegen Dante over de ignavi, in hun naaktheid snel achter een teken aan lopend zonder dat te bereiken, zoals zij ook in hun leven niets bereikten, gestoken door horzels en wespen: Spreek niet met hen, kijk en ga door.

Wat men met deze uitdrukking uiteindelijk wil zeggen, ‘verlies je tijd er niet aan, het is/ zij zijn niet de moeite waard’, zoals de ignavi ook niet waard waren voor medelijden en goddelijke rechtvaardigheid.

Che fece per viltade il gran rifiuto (Canto III 60)
(Die aan zijn hoge roeping had verzaakt)

Hier wordt verwezen naar een 80jarige kluizenaar Pietro da Murrone, de later in 1294 tot paus Celestinus V gekozen. Hij, ook een ignavo, legde tot verontwaardiging van Dante na 5 maanden zijn ambt neer, waarna door Dante vermaledijde Bonifacius VIII hem opvolgde.

Vuolsi così colà dove si puote (Cant III 95-96)

(Dit wordt gewild naar wilskracht en vermogen*)

Men gebruikt vaak deze uitdrukking, eigenlijk hoort er nog en regel achter:
ciò che si vuole, e più non dimandare

(Verenigd zijn: dus zwijg en vraag niet meer*)

Met deze uitdrukking wil men aangeven, vraag niet meer, een hogere macht, autoriteit heeft besloten, daarmee basta.

 

De aanleiding is een scene waarin de beide heren zijn aangekomen bij de rivier de Acheron waar Charon de levenloze zielen overzet. Ziende de levende heren, te zwaar voor zijn boot, wil Charon hen niet overzetten, waarop Vergilius tegen Charon zegt, doe het want een hogere macht - de verwijzing naar ‘colà’, d.w.z. daar waar God verblijft- , heeft besloten, verzet heeft geen zin.

 

Deze zelfde 2 regels komen ook voor in Canto V 23-24, alwaar hij verwijst naar Minos, die hier Dante wil tegenhouden, maar Vergilius ook hier zegt, verzet heeft geen zin, het lot van Dante is door hogerhand bepaalt.

 

Canto 4

Alhier het begin van de afdaling in de negen cirkels van de Voragine infernale.

Ontwaakt aan de overkant van de Acheron is Dante in de 1ste cirkel, het Voorgeborchte, het limbo samenvallend met het Katholieke limbo of voorportaal, een duistere plek, eerder van zuchten, dan van geween, van pijn zonder lijden.

Alhier de plek van de grote geesten, i Magni spiriti, personen die niet gedoopt konden worden en dus de verlossing niet konden bereiken. Zij waren meesters in de rede, maar de rede alleen kan geen redding brengen.

Vele grote geesten passeren de revue, Bijbelse patriarchen als Abraham, Mozes en Noe, dichters als Homerus, Horatius en Ovidius, en filosofen als Socrates, Aristoteles en Plato, allen hebben op hun manier een bijdrage aan de mensheid geleverd. Dante is hen dierbaar en voelt zich geroerd voor de eer die hen te beurt valt.

Maar Vergilius dan, ook hij is heiden, maar sommigen, zegt Vergilius, heeft Christus uit hun benarde positie verlost. Het vraagstuk van het Voorgeborchte raakt ook de vraag over de positie van baby’s, die voor de doop overlijden. Wat is hun lot, het voorgeborchte, d.w.z. de Hel zonder uitzicht op verlossing, het Paradijs? De zwart- witte positie van ragione versus fede, hoe staan we er nu tegenover? Ik heb hier geen antwoord op.

Canto 5

Alhier in de 2de Cirkel worden de mateloze wellustigen door een hevige storm, symbool van hartstocht, meegesleurd. Historische figuren treffen we hier zoals Cleopatra, Helena, Achilles en Paris.

Ook speelt zich hier het beroemde, emotionele verhaal van Paolo en Francesca zich af. Hoe sterk en mooi de liefde ook is, zij die de liefde niet kunnen beteugelen middels de rede treffen straf. Paolo en Francesca zijn voor eeuwig in elkaars nabijheid tot elkaar in de Hel verdoemd. Voor Dante jaloersmakend, immers hij heeft Beatrice nooit kunnen bereiken,.

Van Dante wordt beweerd dat hij zelf ook een tamelijk wellustig leven erop nahield. Hij erkent dat. In het verhaal van Paolo en Francesca en ziet zich in hun spiegelbeeld. Hij realiseert zich dat als hij zelf geen afstand doet van een wellustig leven dat dan ook hij in de Hel beland. Alleen als de ragione, de rede, boven de Amore uitstijgt is er redding.

Enkele bekende uitdrukkingen verwijzen naar dit Canto.

Amor, ch’a nullo amato amar perdona (Canto V 103)

(Liefde die wie bemind wordt doet beminnen)

Hier laat Dante Francesca zeggen dat wie bemind wordt die liefde moet beantwoorden, ik moet wel, ik kan niet anders. Daarmee het verraad aan haar echtgenoot vergoelijkend.

 

Galeotto fu il libro e chi lo scrisse:  (Canto V-137)

(Het boek was als door Gallehaut geschreven)

Hier wordt verwezen naar het boek dat de amoureuze gevoelens van Paolo en Francesca, al lezende versterkte. Ook in dat boek wordt verhaald van Lancelot die met Ginevra in zijn handen haar echtgenoot Koning Arthur ontrouw was. Het boek was een mooie aanzet, even later echter lieten zij het boek voor wat het was en volgde: ‘la bocca mi basciò tutto tremante’.

Volgens sommigen zou het boek en niet hun ware liefde tot de sensuele passie aanleiding hebben gegeven. Een mogelijk verwijzing naar de invloed van het boek van Dante, de Divina Commedia, dat tot ernstige gevolgen aanleiding zou kunnen geven? Geen idee.

Tegenwoordig gebruikt men ‘Galeotto fu…’ om enige relevante niet noodzakelijkerwijs amoureuze oorzaak, aan te duiden

Canto 6

Dante, bijgekomen na zijn flauwte bij het zien en horen van het verhaal van Paolo en Francesco, bevindt zich, mogelijk gedragen door Vergilius, in de 3de cirkel, de plek van de golosi, de hebzuchtigen.

Zij liggen in de modder, gekweld door een vuile regen, hagelstenen. Een beetje regen ok, maar hefftige regen, onophoudelijk, nee, geen pretje.

Het monster Cerberus bewaakt met zijn 3 vraatzuchtige muilen de 3de cirkel en vermaakt zich met het villen en vierendelen van de aanwezige zielen. Zo worden deze zielen beroofd van hun menselijk bestaan en hun intelligentie, gebracht tot een bijna dierlijke staat als tegenhanger voor hun materiële aardse genoegens.

Vergilius is slim, gooit aarde in zijn bek waardoor Cerberus wordt getemd en Vergilius en Dante kunnen passeren.

Met Ciacco, een onbekende Florentijn, praat Dante over Firenze, over de innerlijke strijd, wanorde en corruptie. Hij vertelt hoe de stad is gegrepen door mensen vol van superbia, invidia en avarizia.

Hij zegt dat er maar weinig ‘giusti’ Florentijnen zijn en als die er zijn bovendien weinig gehoord.

Ciacco verzoekt tot slot Dante de aardse wereld te vragen hem te doen herinneren.

De weerzinwekkende manier van beschrijven van de wereld der gulzigen staat in schril contrast met de liefdevolle, tedere manier waarop het verhaal van Paolo en Francesca wordt voorgesteld. Hier blijkt maar weer eens wat een ongelooflijk talent Dante heeft om situaties met alle emoties maar tegelijk ook duidelijk te beschrijven.

Canto 7

In de 4de cirkel, de plek van de vrekken en verkwisters, treffen Dante en Vergilius de geldwolf Pluto aan.

Alhier moeten beide groepen zondaars in tegengestelde richting met hun borst enorme massa’s voortduwen, stoten tegen elkaar, de massa’s rollen terug en het leven begint weer van vooraf aan.

Die massa’s stellen het bezit voor, de gehechtheid, waar Dante ook de geestelijkheid en kerk van beschuldigt. Vergilius spreekt hier ook even over Fortuna, niet als het heidense toeval, maar als goddelijke intelligentie, die op eigen wijze de wereldse zaken bestiert, waar een mens invloed op uit kan oefenen.

In ditzelfde Canto komt Dante in de 5de cirkel aan, waarmee het hoge deel van de Hel wordt afgesloten, het deel waar de ‘incontinenti’, de onmatigen, verblijven, zij die geen weerstand aan hun passies hebben kunnen geven.

Canto 8

Even verderop komt Dante, geholpen door Phlegias over de Styx met een bootje, de wrokkigen tegen, zij die hun woede inhouden, maar subtieler en ook gemener zijn.

Eén van hen is Filippo Argenti, lid van de familie Adimari, tegenstanders van de familie Alighieri.

Dante heeft met die Filippo nog een appeltje te schillen. Deze Argenti, zoals zijn naam zegt, reed met een paard met zilveren hoefijzers als een wilde door de straten van Firenze. Deze Adimari zouden het bezit van Dante na zijn ballingschap hebben geconfisqueerd en zich tegen de terugkeer van Dante naar Firenze hebben verzet. Dante ziet hoe rechtvaardig Giustizia is en tevreden met het lot van Filippo, gaat hij tegen hem tekeer, wat Vergilius waardeert.

Canto 9

Inmiddels aangekomen bij de stad Dis in het lage deel van de Hel, de Styx achter zich latend, alwaar luid geklaag afkomstig. Deze stad wordt bewaakt door duivels, gevallen engelen die onze 2 vrienden niet door willen laten. Op de brandende torens, die Dante doet denken aan minaretten, verwijzend naar de moslims, die later als ketters worden genoemd, verschijnen de Wraakgodinnen, de Furiën met vrouwenlichaam en hoofd vol slangen. Vergilius zorgt er dan voor dat Dante Medusa niet in de ogen kijkt, ter voorkoming dat hij zou worden versteend. Dan komt een reddende Engel de deur van de stad opendoen.

 

Canto 10

In de 6de cirkel binnen de stad, een veld met open tomben, alsof zij nog meer dood dan dood zijn, waar ketters en vrijdenkers worden gestraft met hels vuur.

Onder hen Katharen en Epicuristen, deze omdat zij de onsterfelijkheid van de ziel ontkennen. Hij komt daar Farinata degli Uberti, epicurist en Ghibellijn, tegen. Hij is gesteld op Farinata omdat hij voorkomen heeft dat Firenze na een nederlaag van de Welfen met grond toe zou worden gelijk gemaakt, een blijk van vaderlandsliefde, ‘amor patriae’, uitstijgend boven het eigen belang. Hij verwijt hem de nederlagen van de Welfen.

Deze dubbele houding van straffen vanwege een zonde, maar waardering hebben voor de persoonlijkheid van een personage, vinden we ook bij de ontmoetingen van Dante met zijn leraar Brunetto Latini (canto XV) en Odysseus (canto XXVI).

Er ontstaat best een heftige woordenwisseling, waarbij Farinata voorspelt dat Dante zelf over 4 jaar en 2 maanden zijn ballingschap zal ervaren. Dit om lezers op het lot van Dante te wijzen, om hen dat niet te doen vergeten. In het Paradiso zal deze ballingschap worden herroepen door de voorzienigheid.

Uiteindelijk komen ze toch tot elkaar, beiden bewust van het onrecht hen aangedaan, beiden zeer gesteld op de stad Firenze.

Ook komt Cavalcante dei Cavalcanti, ook epicurist, langs, vader van zijn jeugdvriend Guido. De vader vraagt waarom Guido Dante niet vergezelt. Dante geeft aan dat hun wegen zijn gescheiden, blijkens ook uit het feit dat Dante, toen hij prior van Firenze was, Guido in 1300 in ballingschap had gestuurd, waarna Guido enkele maanden later aan malaria is gestorven

Er is waarschijnlijk geen filosoof die zo omstreden is geweest als Epicuris. Al in de oudheid werd hij uitgemaakt voor “varken”, “hondsvot” en “pornograaf” en in de middeleeuwen had hij de status bereikt van een soort “goddeloze filosoof”. Dante zegt hier over hem:

 

Suo cimitero da questa parte hanno (Canto X 13-15)

Con Epicuro tutti i suoi seguaci,

Che l’anima con corpo morta fanno.

(Bedenk: wat Epicuris heeft geleerd*,

Verdoemt ook wie hem volgden hier ter helle

De leer dat na de dood geen ziel resteert.)

Epicuris moet hier in het graf verblijven, gepijnigd door het vuur.

Terwijl ander filosofen uit de oudheid in de Hel verblijven min of meer bevrijd van martelingen, moet Epicuris als zondaar kwellingen ondergaan, zo was Dante op Epicuris gebeten.

Canto 11

In de 7de cirkel, verdeeld in 3 girones, bevinden zich lieden die anderen geweld hebben aangedaan. Terwijl in de Bovenhel de zondaars zitten van de incontinenza, van de bovenmatigheid, d.w.z. verder gaand dan wat onder normale omstandigheden is toegestaan, beschuldigd, staat hier het geweld centraal. Dante gaat daar met Vergilius dieper op in, volgens Dante verblijven hier diegenen die echt tegen God ingaan, de vloekers, de godlasteraars, de woekeraars, de moordenaars en zelfmoordenaars.

Canto 12

In de 1ste girone verblijven zij die de medemens geweld aan hebben gedaan, de moordenaars en woekeraars. Ook deze laatsten handelen tegen God volgens Dante, omdat de woekeraar niet van zijn arbeid leeft.

Centaurs zorgen ervoor dat ze worden gestraft door ze geheel of gedeeltelijk onder te dompelen in kokend bloed.

Minotaurus, symbool van het geweld, blokkeert de doorgang, hij die door Theseus is gedood en uit het labyrint van Daedalus is ontsnapt dankzij de hulp van Ariadne en haar kluwen wol. Vergilius gaat tegen de Minotaurus tekeer.

Maar dankzij de hulp van Nessus, die Dante op zijn rug draagt, bereiken ze de tweede girone, terwijl ze vele zondaars zien ondergedompeld in kokend bloed, vanweg het vele bloed dat ze op aarde hebben vergoten, waaronder Attila, de beroemde Hunnenvorst die voor zoveel vernieling zorgde in het Romeinse Rijk.

Alhier geeft Dante nog eens aan waar blinde hebzucht toe in staat is (Canto XII 49-51)

Oh cieca cupidigia e ira folle,

che sì ci sproni ne la vita corta

e ne l'etterna poi sì mal c'immolle!

(O blinde hebzucht, dolle drift, u doet*

Ons zoveel kwaad in het kortstondig leven,

En dompelt ons dan eeuwig in dat bloed!)

De begeerte naar materiële goederen en woede van mensen leiden tot geweld tegen mensen. Inspelend op tirannieke politici die wat wij heden ten dage misdaad tegen de menselijkheid zouden noemen of geweld tegen je naasten simpel om meer te willen bezitten.

De wil om steeds meer te willen hebben is menselijk, aldus Dante, gematigdheid is het devies.

En dan te bedenken dat men in een flits alles kan verliezen. De uitdrukking ‘Chi troppo vuole nulla stringe (wie teveel wil blijft met lege handen achter) wordt dan werkelijkheid, ook nu!

Canto 13

Zelfmoordenaars, die voor altijd van hun leven beroofd zullen blijven, daar is niets aan te doen en zij die zich vergrepen hebben aan eigen goederen vullen de 2de girone.

Dante, aangekomen in een dood bos met dode bomen, dode bladeren, gaat gebukt onder al het geweeklaag, waarvan hij de bron niet ziet. Op aanraden van Vergilius breekt Dante een tak af, hoort een enorme zucht van een ziel, zichzelf gedood, veranderd in een boom. Het is de ziel van Pier della Vigna, rechterhand van Federico II. Pier voelt zich valselijk beschuldigd door Federico II. Kan zich daar niet tegen verzetten en doodt zich. Hij wordt daardoor een giudice over zich zelf. Hij vraagt aan Dante op aarde zijn onschuld kenbaar te maken. Dante voelt zich aan hem verwant en zal zijn verhaal onder de levenden kenbaar maken.

Om de sfeer nog wat aan te scherpen, ziet Dante vervolgens naakte zielen die door wilde honden worden verscheurd, zoals zij hun bezit hebben verkwist.

Canto 14

In de 3de girone, een zandwoestijn, staan zij die tegen God, tegen de natuur en de kunst zijn opgestaan. De straf alhier is het eeuwig vallend vuur, hevige klagen alom, de handen bewegend om zich tegen het vuur te beschermen.

Alhier, één van de vloekers, de reus Capaneus, één van de 7 Griekse koningen die zich tegen Thebe hebben verzet. Deze Capaneus blijft ondanks alle vuur vol met minachting voor Zeus, maar ook voor Vergilius en Dante.

Hier geeft Dante aan dat de mens alles moet doen om zijn intellect zo goed mogelijk waar te maken, daarnaast is het noodzakelijk de hoogste autoriteit van God te erkennen. Hier zegt Dante het gaat niet alleen om wat je de mensen maar ook jezelf fysiek en geestelijk aandoet.

Canto 15

Onder de homoseksuelen, de sodomiti, ontmoet Dante zijn leermeester Brunetto Latini, die hij bedankt voor al zijn nuttig onderricht in zijn jonge jaren. Beiden betuigen elkaar, al lopend, want stilstaan is geen optie, groot respect. Ook Latini geeft aan Dante aan wat er na 1300 gaat gebeuren.

Niet is duidelijk waarom deze Brunetto onder de gewelddagen tegen de natuur is geplaatst. Vermoedelijk werd hij van homoseksualiteit in zijn tijd beticht, geen duidelijkheid bestaat hierover. Als een argument wordt aangegeven dat Brunetto in het Frans schreef, volgens Dante onnodig omdat het Italiaans als zijn moedertaal voldoende ontwikkeld is, vandaar dat hij de behoefte van Brunetto om in het Frans te schrijven tegennatuurlijk vond.

Canto 16

Hij ontmoet 3 andere bekende Florentijnen, Welfen, die zich tegen de verloren oorlog tegen Siena hadden verzet waaronder Guido Guerra. Deze 3 cavalieri staan symbool voor cortesia en valore, deugden die in Firenze verdwenen zijn. Van de gelegenheid maakt Dante gebruik om nog eens zijn afkeer van het huidige Firenze kenbaar te maken, van het nieuwe volk in Firenze, gericht op het verwerven van geld en toename van consumptie, losgeweekt van de goede gewoontes.

Dante verlangt terug naar de tijd van gematigdheid en soberheid. Ook hier geeft hij aan de namen van deze edele lieden te doen herinneren onder de levenden.

Bij een waterval aangekomen, geeft Dante zijn koord van zijn kleding aan Vergilius die het naar beneden werpt om het monster Geryon aan te geven dat zijn hulp nodig is om hem naar boven te helpen.

Canto 17

Voordat Dante en Vergilius op de rug van Geryon naar beneden vliegen komen zij nog de woekeraars tegen, zittend in een kring, zich tegen het vallend vuur met de handen afwerend. Op hun ruggen zakjes met de wapentekenen van bekende families, zoals de Scrovegni in Padua, als teken van minachting van Dante voor die families.

Dante noemt hier de woekeraars, zij die geweld plegen tegen de ‘Arte’, d.w.z. de kunst om met eigen fysieke en intellectuele arbeid in zijn levensonderhoud te voorzien. Geld mag geen doel op zich zijn, matigheid is geboden. Geld met geld verdienen is tegennatuurlijk, waar hebben we dat niet meer gehoord, immers in zijn beleving kan geld alleen verdiend worden met zweet op het voorhoofd.

Canto 18

Na deze kringen dalen Dante vol angst en Vergilius op de schouders van het monster Geryon, met een driedelig lichaam: het gezicht van een rechtvaardige mens, een slangachtige lichaam en vleugels, symbolen voor de sluwheid en valsheid van de bedriegers die zich, onderverdeeld in tien zones, in de 8e ring van de hel worden gestraft.
Alhier verblijven de frauduleuzen, zij die het pact van de vriendschap schenden, een natuurlijke liefdesband tussen de mensen. Voor Dante staat fraude gelijk aan het schenden van de natuurlijke orde.
Om deze groep te straffen schept hij een zg Malebolge, eigenlijk een kwade zak, een inferno in een inferno, verdeeld in 10 concentrische kloven, verbonden met rotspaden en bruggen, naar beneden toe lopend tot een centrale bron, te vergelijken met grachten rond een kasteel. In elke bolge worden verschillende frauduleuzen gestraft naar mate hun daden/ schuld. Deze fraudes lijken minder dan moord en zelfmoord maar volgens Dante schenden deze het vertrouwen van mensen onderling. I bolgi zijn een wereld van klagen, kwellingen zonder enige hoop, zonder enig teken van leven, gelijk de frauduleuzen tijdens hun leven wars waren van enige genegenheid, menselijke warmte.

In de 1ste bolge worden de koppelaars en de verleiders ten tonele gevoerd.

Zij lopen in een rij, de een tegen de ander in en worden permanent gekweld door zweepslagen van demonen. Alhier een verwijzing naar de Ponte Sante Angelo in Rome waar de pelgrims tijdens het Jubeljaar 1300, door paus Bonifacius VIII afgekondigd om de kas van de kerk middels de verkoop van aflaten te spekken, tegen elkaar in lopen aan weerskanten van de brug.

Aldaar ontmoet hij Venedico Caccianemico die zijn zus Ghisolabella gekoppeld heeft aan de markies van Ferrara en de grote verleider Jason die de Argonauten leidt naar de verovering van het Gulden Vlies. Een heldendaad, maar Jason heeft Isifile verleidt en bedrogen met woord en daad, zwanger laat hij haar alleen achter.

Toch heeft Dante respect voor Jason, de Griekse mythische held.

In de 2de bolge treffen we de vleiers aan, ondergedompeld in mest, in allerlei standen zich krabbend. Omdat hij walgt van dit soort mensen, hetgeen blijkt zijn scherp taalgebruik. Hij gebruikt hier de taal zo uitgebreid mogelijk, ook vulgair om bij de lezing walging op te roepen voor hun abject gedrag als verleiding en vleierij.

Canto 19

In de 3de bolge staan de simoniaci, zij die aan simonie doen, het verkopen van kerkelijke ambten, privileges en aflaten, dat veel geld opbracht. Het zijn de Pausen Bonifacius VIII, Niccolò III en Clemens V waar Dante zijn pijlen op richt.

Ze worden gestraft met de benen omhoog, hoofd naar beneden, vlammen raken permanent hun voetzolen aan. Niet voor niets, omdat deze lieden in hun leven op grote eer en eerbetuigingen konden rekenen. Het contrapasso, een passende vergelding, door Thomas van Aquino samenvallend met het Bijbelse ‘Oog om oog, tand om tand’, een straf tegenovergesteld aan het afkeurenswaardige gedrag, laat zich hier duidelijk zien. Een wrede en oneervolle kastijding, duidelijk, maar waarom? Het gaat om personen die religieuze functies vervullen, maar die daarin ernstig tekortschoten, alsof zij tijdens hun leven hun missie op hun kop hebben gezet.

De naam ‘simonie” komt van Simon de Wijze. Hij geeft geld aan apostelen om hem de mogelijkheid te geven via handoplegging de gaven van de Heilige Geest door te geven. Deze werd door Petrus weggejaagd. Dante verwijt de kerk niet hetzelfde te hebben gedaan met die geestelijken die aan zich aan simonie schuldig maakten.

Een bijzondere scene van vernedering, Niccolò III ziet Dante niet, denkt dat het Bonifacio VIII is en geeft hem aan dat een volgende Paus Clemens V hem nog verder in het gat zal drukken.

Dante geeft aan dat hij een groot voorstander is van een zuivere kerk zonder geldbejag en van het scheiden van de geestelijke en wereldlijke macht.

Uiteindelijk vertelt Dante dat alle ellende komt van de gift van keizer Constantijn aan paus Silvester in 313 na Chr. na zijn genezing van lepra en bekering. Die gift, bestaande uit de macht over het West Romeinse rijk, staat bekend als de Donazione costantiniana. Het 8ste eeuwse document wordt later als vals aangemerkt, maar dat laat de kerk voor wat het is. Haar wereldlijke macht is niet meer weg te denken.

Canto 20

In de 4de bolge vinden we de waarzeggers, tovenaars en helderzienden, een veelheid van personages uit de oudheid komen langs.

Net zoals bij vele andere straffen, ook hier laat Dante blijken over een onmetelijke fantasie te beschikken. Hun hoofden op hun naakte lichamen zijn naar achteren gekeerd. Hun gang is naar voren of naar achteren, het is maar hoe je het ziet, langzaam, in stilte of geklaag.

 

Zij hadden geprobeerd de goddelijke tekenen uit te dagen, maar de goddelijke wil is ondoorgrondelijk zelfs voor de Beati en Engelen. Op aarde hadden ze vooruit willen kijken, nu alhier veroordeeld om voor altijd achteruit te kijken.

Waarom huilt Dante hier, deze zondaars ziende. Zeker niet uit medelijden om wat hij ziet. Maar omdat hij hier de gekwelde, gedeformeerde mens ziet, gemaakt naar Gods beeld en gelijkenis, hij die zijn passie maakt zelf op de stoel van het goddelijk oordeel te gaan zitten.

Dante gaat hier nog verder op in. Hij waarschuwt zichzelf en alle anderen besef te hebben van de grenzen van het kenbare en van de noodzaak de arrogantie alles te willen weten te vermijden. De toekomst is aan God voorbehouden niet aan de mens, dat moge duidelijk zijn, aldus Dante.

Canto 21 en 22

De 5de bolge, het domein van de door geldzucht gedreven ambtsmisbruikers, zij die een publieke functie vervullen en diensten voor geld verkopen aan anderen, de baratteria.

Deze groep moet voor ontspanning zorgen. Zij zijn voor eeuwig in kokend pek gedompeld en duivels pijnigen hen met nagels en haken.

Ook Dante is beschuldigd van baratteria. Juist daarom verscherpt hij van toon, omdat hij valselijk beschuldigd was van corruptie.

Duivels, waaraan Dante allerlei soort namen toekent, spelen met hen, beledigen en belazeren hen. Hij is lichtzinnig van toon, sarcastisch alsof Dante hier plezier heeft. Een soort giostra infernale waarbij een ieder elkaar op de hak neemt. Het aardige is dat Dante zich hier van zijn komische kant laat zien, zoals ook het gewone volk zich kan uiten.

Canto 23

Als Dante de 6de bolge, de plek van de hypocrieten bereikt, is hij ontsnapt aan de greep van de duivels en verandert hij van toon.

Alhier sjokken traag en bezwaard de hypocrieten voort met een kap over hun hoofd, daardoor weinig ziend, voorts met een pij aan van binnen bekleed met lood, zoals ook Federico II diegene die zich aan majesteitsschennis schuldig maakte pleegde te straffen. De schijn van goud van het lood moet doen denken aan de huichelarij.

Alhier de benedictijner monniken van Cluny, vanwege hun dubbelzinnigheid, van buiten vol medelijden, van binnen vizioso. Ook komt Kajafas in beeld, gestraft met het kruis naar beneden als ook Anna, zijn schoonvader, leden van het Sanhedrin, eveneens vanwege de veroordeling van Christus.

Kajafas stelde zijn eigen belang hoger dan het algemeen belang. Hij en Anna moeten de last dragen van het kwade door de hypocrieten begaan ten koste van de onschuldigen.

Canto 24 en 25

De 7de bolge is het speelveld van de dieven.

Het heeft moeite gekost om hier te komen, Dante heeft de hulp van Vergilius echt nodig om hem over zijn vermoeidheid heen te zetten.

Maar eenmaal aangekomen in de 7de bolge, schrikt Dante van wat hij ziet. Duizenden slangen die naakte, in rondjes lopende personen kwellen, met handen aan elkaar verbonden, zodat ze deze niet meer kunnen gebruiken zoals ze gewend waren tijdens hun aards bestaan.

Voorts worden hun lichamen door de slangen tot as verbrand. Hierdoor zijn ze van hun persoonlijkheid, hun lichaam beroofd, zoals zij anderen hun bezittingen beroofden.

En dan ziet Dante Vanni Fucci, een dief van een heiligdom uit de sacristie van de kerk van Pistoia. Deze Vanna Fucci wordt voor zijn ogen door een slang gebeten, verandert dan in as, waarna hij wederom als een Feniks uit de as verreist. Dante is zeer verbaast over deze wederopstanding.

Tijdens zijn leven is de diefstal aan een ander toegeschreven, die daarvoor tot de galg was veroordeeld. Vanni Fucci erkent dat aan Dante, maar Dante is nog niet klaar met hem, een buitengewoon gewelddadig persoon, een Zwarte Welf, die trots is op zijn verleden als man van Pistoia, zichzelf een beest noemend.

Spijt hebbend van zijn schuldbekentenis, keert hij zich tegen Dante, verwijt hem, Dante, die hij nu met ‘del tu’ vernederend aanspreekt, dat Dante het is geweest die hem in de Hel plaatst. Hij verwijst naar het feit dat de Zwarte Welfen door de Witte Welfen uit Pistoia zijn verdreven, die later zelf door de Zwarten uit Firenze zullen worden verdreven. Dat voorspelt Vanni Fucci met de beroemde versregel: ‘E detto l'ho perché doler ti debbia!’. (Dat zeg ik, wetende dat het je grieft*). Dante zelf nu zeer bedroefd en van slag door dat hij nu herinnerd wordt aan het lot dat de stad Firenze en hem zelf zal treffen.

Het contact met Vanni Fucci eindigt met een blasfemisch gebaar, een vijgenteken, - ook toen al kennelijk in gebruik- van Vanni Fucci, waarna Vanni Fucci zijn straf voor zijn gebaar en zijn hoogmoed verder moet ondergaan, de slangen laten hem niet meer los en verhinderen hem nog verder te spreken.

Andere dieven vullen nu het toneel w.o. Caco die de kudde van Hercules stal, die de meest verschrikkelijke transformaties ondergaan.

Als een ware Ovidius beschrijft Dante uitvoerig en zeer gedetailleerd dat wat hij ziet, waarbij Dante zijn woede tegen Pistoia, hol der dieven, en Firenze niet onder stoelen of banken schuift.

Canto 26

In de 8ste Bolge komt Dante 2 belangrijke personages tegen: Odysseus en Guido da Montefeltro, aangeduid als frauduleuze raadgevers. Mensen met hoge intellectuele kwaliteiten, maar gebruikt om perverse redenen. Vlammen zijn hun lot, zij hebben hun tong misbruikt.

Hier volgt een indringend gesprek tussen Vergilius, Dante en Odysseus, aldaar geplaatst vanwege de list met het Paard van Troje. Dante verwijst naar de volgens hem waanzinnige tocht van Odysseus, op zich genomen, nadat hij na vele omzwervingen weer in Itaca was aangekomen. Zijn honger naar kennis dreef hem, zijn vrouw en kinderen op Itaca achterlatend, om de wereld van het westen, de grenzen te leren kennen, te onderzoeken hoe de wereld er voorbij de Zuilen van Hercules, het veronderstelde Gibraltar eruit zou zien. Hij heeft het met zijn dood moeten verkopen.

Dante geeft hier aan dat met verstand wel veel, heel veel maar niet alles is te begrijpen. Dante steunt van harte de zucht naar kennis, daarbij niet bang te zijn te falen. Maar de grens is daar, waar de zoektocht naar kennis de wereld van het onzichtbare aangaat, de wereld van het geloof.

Bij de Zuilen van Hercules (Gibraltar) aangekomen spreekt Odysseus zijn makkers toe met deze woorden: “Broeders, aan honderdduizend gevaren zijn wij ontsnapt op onze tocht naar het Westen. Ik hoop dat de korte tijd die ons nog rest, ons niet zal weerhouden kennis te maken met die onbewoonde wereld.

Onder de indruk van zijn toespraak, konden zijn metgezellen niet anders dan hem volgen tot de wereldgrenzen van toen. Na vijf maanden zagen zij een berg: de Louteringsberg. De blijdschap over deze aanblik duurde kort en werd snel uitgedoofd door een zware storm die hen deed zinken

Alhier de broemde versregels:

Cosiderate la vostra semenza: (Canto XXVI 119-120)

Fatti non foste a viver come bruti,

mar per seguir virtute e canoscenza.

(Denk aan je afkomst: ‘t is ons niet gegeven

Te leven als het redeloze beest;

Wij horen deugd en kennis na te sterven*)

 

Thans wordt deze uitdrukking gebruikt om mensen aan te sporen niet als beest maar als mens te leven, deugden en wetenschap volgend.

Terwijl in het verhaal van Paolo en Francesca de verwijzing naar de lussuria van Dante kenbaar is, zo spiegelt Dante zichzelf hier sterk aan Odysseus. Ook Dante zelf heeft de vurige neiging om alles te willen weten. Ook hij voelt zich net zoals Odysseus gevoed door de superbia, de hoogmoed.

 

Wat is de wortel van deze drang? Dante toont het via een weerspiegeling in canto XXVI van het Paradijs. Daar ontmoet Dante Adam en hij vraagt hem wat de oorzaak is geweest van zijn verbanning uit het aardse paradijs. Het antwoord van Adam wordt weergegeven in de verzen 115-117, corresponderend met de verzen 115-117 in canto XXVI van de hel:

“Welnu mijn zoon, dat ik van de vruchtboom proefde was niet de oorzaak van mijn ballingschap, maar dat was omdat ik een grens had overschreden”. De zonde van Adam is de erfzonde van Odysseus, die hem slechts bracht tot het zicht op de berg waarvan Adam, om dezelfde reden, was verdreven.

 

Acciò che l’uomo più oltre non si metta (Canto XXVI 109)

(Opdat geen mens ze zou passeren, maar*)

 

Hiermee geeft Hercules middels een inscriptie op zijn Zuilen de waarschuwing: ‘Voorbij dit punt, de Zuilen, ga je niet.

Deze uitdrukking: ‘’Non si va oltre’, of anders ‘Non plus ultra’ was voor Karel V, tevens koning van Spanje, reden om voor zijn Gulden Vlies het motto aan te passen in: ‘Plus Ultra’. Immers, zijn rijk moest verder rijken dan Gibraltar naar het oosten, de islam en naar het westen.
 

Canto 27

Guido da Montefeltro, een heer van stand, Ghibellijn. Na jaren van oorlogvoeren, is Guido, na eerst door Bonifacius VIII te zijn geëxcommuniceerd, 2 jaar voor zijn dood in 1298 Franciscaan geworden.

Guido zou Bonifacius adviezen hebben gegeven hoe zijn vijanden met list te verslaan, waar tegenover Bonifacius hem zijn absolutie had voorgespiegeld. Maar absolutie geven voor iets wat je nog niet gedaan hebt, kan niet, waardoor Guido uiteindelijk toch in de Hel beland.

Het is goed te begrijpen dan Guido en Dante hier fel tekeer gaan tegen Bonifacius VIII.

 

Canto 28

In de 9de Bolge komen we de zaaiers van verdeeldheid tegen, door het zwaard van de tweedracht lichamelijk zwaar verminkt.

 

Mohamed is één van hen, aangeduid als een ontspoorde christen, als kardinaal teleurgesteld dat hij geen paus was geworden. Ook de schoonzoon Ali wordt genoemd, veroorzaker van schisma van de sjiieten en soennieten.

De reputatie van de islam was in de dertiende eeuw al zo gegroeid dat de stichter ervan als gevaar werd gezien voor het christelijk-joodse monotheïsme. De profeet wordt afgeschilderd als een splijtzwam, iemand die de katholieke geloofsleer betwijfelt. Dante kon wel ageren tegen Mohammed, hij was ten diepste beïnvloed door die islamitische cultuur, dat we terug zien in de Hel waar hij de twee grote Arabische denkers Ibn Rushd en Ibn Sina plaatst. Hoewel gedoemd om eeuwig te branden worden ze overladen met complimenten. Zonder hun bijdragen aan het middeleeuwse denken zou Dante Dante niet zijn.

En Saladdin, de islamitische ridder die de kruisvaarders in de twaalfde eeuw overrompelde en uit Jeruzalem joeg, moet in de Hel ook op de blaren zitten. Westerse kronieken roemen het karakter van deze islamitische strijder die – hoewel niet van plan Jeruzalem te delen – zijn christelijke vijanden toch nobel tegemoet trad.

De hel van Dante is opvallend multicultureel, helemaal vergeleken met onze tijd waarin alles wat met islam kan worden geassocieerd, met achterdocht wordt beschouwd. Voor Dante zijn moslims gevaarlijke ketters, toch beziet hij hun cultuur met achting.

Dante had trouwens nog een reden om de islam gunstig gestemd te zijn. Er is al vaak gesproken over de opvallende gelijkenis die er is tussen de mythische reis van de profeet Mohammed naar de hemel en Dante’s reis door het hiernamaals.

 

Het is buitengewoon betreurenswaardig dat uitgeverij Blossom Books in de recente vertaling van De Hel de naam Mohamed heeft verwijderd onder het mom dat die naam in La dIvina Commedia moslims zou beledigen. Tegelijk aangevend dat het verwijderen van die naam de essentie van et werk van Dante niet schaadt. Welke plaats in de Hel zou je deze uitgever en vertaler willen toekennen?

 

Een andere zaaier van verdeeldheid is Beltram del Bornio, die wordt afgebeeld met zijn hoofd in zijn hand, hoe wreed kan het zijn.

Hij wordt gestraft omdat hij de jonge Engelse koning Hendrik III zou hebben aangeraden oorlog te voeren tegen zijn vader, daarmee de Koninklijke familie in tweeën te delen, de vader en zoon romp en hoofd van elkaar scheidend.

 

Che disse, lasso! ‘Capo ha cosa fatta’.- (Canto XXVIII 107

(Helaas ik zei ‘Geen keert wat is geschied”) of te wel, ‘gedane zaken nemen geen keer’.

Oorsprong van deze frase verwijst naar het begin van het conflict tussen de Welfen en Ghibellijnen.

Buondelmonte dei Buondelmonti had in 1215 zijn trouwbelofte geschonden. Eén van de leden van de benadeelde familie der Amidei, Mosca dei Lamberti, Ghibellijn, thans met handen afgehakt waar het bloed vanaf druipt als teken van het door hem veroorzaakte geweld, sprak de gevleugelde woorden tijdens een bijeenkomst opgezet om Buondelmonte te vermoorden: Een actie heeft altijd een doel, een capo, aarzelen brengt tot niets.

In 1258 werden de laatste Lamberti familieleden uit Firenze verjaagd.

 

Canto 29

Alhier maant Vergilius Dante door te lopen, zijn hoofd af te keren van al deze gruwelijke beelden, maar Dante aarzelt nog even, hij ziet een verwant Geri del Bello. Deze zou zijn vermoord, zijn familie heeft nagelaten bloedwraak te plegen. Dante was niet tegen de bloedwraak, maar de aanwezigheid van Geri hier was gebaseerd op zijn eigen frauduleuze leven, dat één van zijn slachtoffers hem tot de moord op Geri had gebracht. De mixed feelings van Dante zoals op vele andere plaatsen worden hier zichtbaar. Straf moet worden ondergaan, tegelijk gevoelens van medeleven, van begrip maken het voor Dante moeilijk om de ontmoetingen onberoerd te laten passeren. Anderzijds daar waar hij de straf volledig terecht vindt kan Dante ook meedogenloos zijn.

 

De satan in 10de Bolge van de valse munters en alchimisten doet denken aan verschrikkelijke ziektes, pesthuizen, lazaretten. Dante sluit zijn oren met zijn handen af om het verschrikkelijk geweeklaag niet te horen, tegelijk draait hij zijn hoofd weg om het afschuwelijke spektakel van de melaatsen die voortdurend hun ruggen krabben om de schurft te verwijderen niet te hoeven zien.

Griffolino di Arezzo was één van hen, hij had van iemand geld afhandig gemaakt met de belofte hem te kunnen laten vliegen. Dat lukte dus niet, waarop de bisschop van Arezzo hem tot de brandstapel heeft veroordeeld. Niet om deze reden, maar vanwege het feit dat hij alchemist was, een bedrieglijke vorm van verrijking, zit hij nu hier in de Hel.

 

Canto 30

Onder de zondaars, die anderen als varkens bijten, is Gianni Schicchi. Door de stem van Buoso Donato, die zijn vermogen had nagelaten aan een klooster om zo in het hiernamaals minder gestraft te worden voor zijn zondig leven, na te bootsen, probeert hij een notaris te bewegen zijn testament vlak voor zijn dood te veranderen. Dit thema, het bedrog, is voor Puccini in 1918 het thema voor zijn gelijknamige opera: Gianni Schicchi.

Myrrha was ook een bedrieger. Zij kreeg een kind van haar vader, die dacht dat zij een ander was, Adonis, de latere geliefde van Venus, die door een everzwijn werd gedood.

Ook een bekende valsemunter is Maestro Adamo, ook hij levend verbrand omdat hij de Florentijnse munt vervalste. Hij moet zijn gelddorst met eeuwige dorst bekopen.

In mijn verhaal in Maart 2021, Il viaggio di Dante, alwaar ik iets zeg over de Castello del Conti Guido in Romena, komt deze Adamo uitgebreid in beeld.

Adamo wordt getroffen door het levendige tweegesprek tussen Adamo en Sinono, ook een bedrieger die de Trojanen had aangespoord het paard van Troje binnen te laten. Dante kan zich er niet van loslaten, Vergilius moet hem echt wegtrekken om de 8ste cirkel te kunnen verlaten met zijn Malebolge, de 10 bolge’s, al met al goed voor een derde deel van de Hel, waar een verzameling van frauduleuzen in beeld zijn gekomen.

 

Canto 31

In de 9de cirkel naderen we het laagste deel van de Hel, alwaar de samenkomende rivieren dankzij de grote vleugels van Lucifer zijn verworden tot een ijslaag: de Cocytus.

Afdalend van de 8ste naar de 9de cirkel ziet Dante torens die doen denken aan de torens van Montereggioni. Maar Vergilius laat Dante weten dat het niet die torens zijn maar Giganten, die gestraft zijn voor hun vrijmoedige opstanding tegen God. Zij, bewakers van het grote gat waarin de verraders maar ook Lucifer gehuisvest zijn, zitten geketend half in het ijs gezakt, behalve Antaeus die beide heren verder helpt de diepte van de ijslaag in.

 

Om de grootte van de Giganten te beschrijven maakt Dante gebruik van de naam die de Friezen hadden. Hun lengte was beroemd. Er staat geschreven:

Tre Frison s’averien dato mal vanto (Canto XXXI 64)

(Drie Friezen op elkaar geklommen, (hadden) niet (volstaan)*

 

Deze 3 Friezen op elkaar zouden zijn hals nog niet bereiken, zo lang berekend 23 meter, waren deze Giganten. Eén van de Giganten is Nimrod die geprobeerd heeft met de Toren van Babel de hemel te bereiken.

 

Canto 32

De verraders, de allerlaagste soort zondaars, zijn verdeeld over 4 groepen in 4 verschillende zones.

De 1ste zone wordt genoemd Caina, zij die familieleden hebben gedood.

Zij willen zich niet kenbaar maken aan de beide heren, om hun straf nog niet te verergeren, maar Dante wil ze wel kennen juist om hun naam op het bovenaardse te laten klinken en zo hun straf nog te verergeren. Twee van hen zijn de graven van Magnona, broers, de een Welf, de ander Ghibellijn, die elkaar letterlijk naar het leven stonden. Zo dus hier hun straf elkaar letterlijk steeds tegen elkaar aan te moeten stoten.

 

In de 2de zone

Alhier de verraders van het vaderland of eigen partij.

Hier gaat Dante tegen Bocca degli Abati te keer, woedend is hij vanwege het verraad. Deze Bocca, Welf, wilde eerst niet zijn identiteit prijsgeven ook niet na een dreiging van Dante om zijn haar uit zijn hoofd te rukken. Echter een andere zondaar verraadde zijn identiteit. Het blijkt Bocca te zijn die in de slag bij Montaperti in 1260 verraad had gepleegd door de hand van één van de vaandeldragers af te hakken. Doordat het vaandel viel, raakten de Welfen in paniek waardoor ze de slag verloren.

 

Là dove i peccatori stanno freschi (Canto XXXII 117)

(Dat Da Duera hier verkoeling zocht*) (eigenlijk staat er ‘hier’ = waar de zondaars verkoeling zochten)

Alhier bevinden de verraders in het diepste van de Hel, waar zij geheel of gedeeltelijk in het ijs zijn ondergedompeld. ‘Stanno freschi’ duidt op verwijzing naar hun verschrikkelijke situatie.

Tegenwoordig gebruikt men deze uitdrukking om aan te geven dat iets slecht af zal lopen.

 

Canto 33

Conte Ugolino en Aartsbisschop Ruggeri kunnen elkaar niet luchten of zien. Conte Ugolino, Ghibellijn, had zijn partijgenoten verraden door zich bij de Welfen aan te sluiten. Later was hij door de bisschop, dankzij verraad, opgesloten in de gevangenis, na door hem te zijn veroordeeld vanwege overdracht van enkele kastelen als onderdeel van onderhandelingen met de Welfen van Firenze. Aldaar zou hij samen met 2 kinderen en kleinkinderen om, nadat Ruggeri de bewakers geboden had de sleutel in de Arno te gooien, van honger sterven. Gezegd wordt dat Ugolino zich aan kannibalisme van de (klein) zonen schuldig zou hebben gemaakt. Daarvan is na onderzoek niets gebleken.

 

Dante alhier maakt gebruikt van al zijn talenten niet alleen om de zonden te beschrijven, de wreedheid van de straf, het dramatische karakter van de gebeurtenissen, alsof het een Griekse tragedie betreft, de betrokkenheid van (klein) zonen, maar ook het medeleven van de lezer.

Hoe verschrikkelijke de straf, hoe groot de afschuw van Dante, hoe sterk hier neergezet in de versregel:

La bocca sollevò dal fiero pasto (Canto XXXIII, 1-3)

Het begin van dit Canto 33, alsof je een aasgier ziet, die even opgeschrikt weer doorgaat met het verorberen van zijn prooi.

quel peccator, forbendola a’ capelli

del capo ch’elli avea di retro guasto.

(De zondaar staakte zijn barbaarse eten*

En zei, toen hij zijn mond gereinigd had

Met haar van ‘t hoofd dat hij had aangevreten:)

Verwijzend naar de eeuwige straf die Ruggeri moest ondergaan, te worden opgevreten door Conte Ugolino.

 

Geen plastischer beschrijving mogelijk, zou ik zeggen, van de vreetpartij van Ugolino die tot in de lengte der dagen het hoofd van bisschop Ruggieri tot de zijne mag rekenen. Zie het woord ‘fiero’ niet als ‘trots” maar als barbaars, wreed, als een woest dier. In deze zin wordt het woord ‘fiero in de Divina Commedia vaker gebruikt, een woest dier, een woeste rivier of een woeste kop van een duivel.

 

In de 3de Zone, Tolomea, de verraders alhier, zij die hun familieleden hebben verraden, hebben hun hoofden andersom, waardoor hun tranen bevriezen en huilen voor hen niet mogelijk is.

Eén van hen is Broeder Alberigo, een Welf van Faenza, die familieleden voor een maaltijd had uitgenodigd om vrede met hen te bewerkstelligen, maar hen door knechten liet vermoorden nadat hij als teken van aanval had geroepen ‘Het fruit’. Het verzoek aan Dante van Alberigo om het bevriezen van de tranen te doen stoppen omdat hij de naam van een ander zondaar zou hebben verraden werd door Dante afgewezen omdat ‘volgens Dante verraad niet wordt beloond.

 

Il bel paese, là dove il sì risuona (Canto XXXIII, 80)
(Van het bekoorlijk land waar si weerklinkt*)

Deze alom bekende uitdrukking wordt door Dante gebezigd terwijl hij Pisa, gelegen in het Bel paese, een veeg uit de pan veegt voor haar gedrag jegens Ugolino.

Dante noemt Italië als het land waar men met ‘si’ een bevestiging geeft, zo ook, zoals hijzelf in zijn De Vulgari Eloquentia aangeeft, de twee andere talen die gekenmerkt worden door hun woord van bevestiging: la Lingua d‘oil (de streek ten noorden van de Loire) en la Lingua d’oc, het gebied van de Provence. ‘Oil’ en ‘oc’ hebben dezelfde bevestigende betekenis als ‘si’.

Het begrip Bel paese is ook door Petrarca gebruikt (F. Petrarca, Canzoniere, CXLVI, vv. 13-14) en thans ook in zwang als een heerlijke kaas: Il formaggio Bel Paese.

Canto 34

Giudecca,. is de 4de en laagste zone van de Hel. Alhier de verraders van de eigen weldoeners, de kerk en het rijk. Zij zijn niet half maar geheel verzonken in het ijs. Elke menselijkheid, warmte is hier verdwenen, een spookachtige omgeving. Hier, waar de dood regeert leeft Lucifer, gestraft om redenen van superbia, hoogmoed en invidia, afgunst. Door zijn val, verdreven door God uit het Paradijs, is de Hel ontstaan als een Voragine infernale, waar als een reactie daarop de berg van het Purgatorio is ontstaan.

Dante moet langs Lucifer om de weg opwaarts naar het Purgatorio in te kunnen inslaan. Lucifer een enorme gestalte met 3 gezichten van verschillende kleuren, verwijzend naar de Drie-eenheid. Lucifer wilde zich gelijken aan God, de 3 gezichten zouden wijzen op goddelijke macht, wijsheid en liefde. Maar eigenlijk staan deze gezichten voor onmacht, onwetendheid en haat. Een voortdurende stroom tranen glijden uit zijn 6 ogen, zijn 3 monden zijn gevuld met slijm en speeksel.

Voortdurend krabt Lucifer Judas, verrader va de kerk, Christus, naast hem Brutus en Cassius, beide verraders van Caesar, de 3 grootste verraders uit de geschiedenis. Door de ijzige kou is er in dit diepste van de Hel geen plaats voor medelijden en haat, elke vorm van leven is hier afwezig.

Het is weer Vergilius die Dante op zijn rug helpt deze drempel te passeren, waarna een nieuwe fase van de reis voor Dante die uiteindelijk in het Paradijs zal uit monden begint. Maar daarvoor moet hij nog heel veel doorstaan, ook al klinkt het idee van een verblijf in het Vagevuur veel vriendelijker, waar de hoop op redding reëel is. De allerlaatste versregel van dit deel van de Divina Commedia getuigen daarvan:

 

E quindi uscimmo a riveder le stelle (Canto XXXIV 139)

(Daarboven zagen wij de sterren weer.*)

De sterren, die we ook weer terug komen aan het slot van het Purgatorio en Paradiso.

 

Maar vergis je niet, de weg is nog lang, ook op de weg omhoog kom je nog veel ellende tegen.

 

Veel tekst, veel informatie, een grote bron van inspiratie en bezinning, indien teveel, dan kunnen mogelijk deze filmpjes voor enige verlichting zorgen.

 

Dante Hell animated deel 1 https://www.youtube.com/watch?v=7iyfQaMtvpw
Dante Hell animated deel 2 https://www.youtube.com/watch?v=QrvsJW9XsSQ

 

Slot
Ik weet niet hoe jij je voelt na het lezen van dit verhaal, ik voel me geestelijk uitgeput, zoveel ellende alles tengevolge van onaangepast gedrag dat kwelt, maakt me benauwd en angstig voor de gevolgen van eigen onaangepast, qualsiasi modo, gedrag. Ik weet ook dat je deze leerfase door moet om, dankzij deze confrontatie met je eigen levensfase, tot een beter leven te komen, maar daarvoor moet ik nog wel eerst door het Vagevuur om uiteindelijk het Paradijs te bereiken.

Maar nu even rust, weliswaar in het onderste en koudste deel van de Hel, maar het vooruitzicht dat een warmere fase eraan komt brengt mij tot een positieve stemming.

Maar hoe zou Dante zich nu voelen, ook hij in het binnenste en koudste deel der aarde, ik probeer me dat voor te stellen, maar het lukt me niet ook al heb ik er alles aan gedaan om in de huid van Dante te kruipen. Maar misschien lukt jij het wel, ik gun het je, het maakt me jaloers.

Tot nader.

 

Met grote dank is gebruik gemaakt van de volgende bronnen:

 

  • De Syllabus van het PROJECT DANTE 2021, aangeboden door de vereniging Dante Alighieri Deventer

  • Ike Cialona, toelichting en vertaling, aangeduid met *, uit Dante Alighieri - Goddelijke Komedie

  • DANTE e la Commedia, samengesteld door Raffaelle Campanella (gerealiseerd mede dankzij la Società Dante Alighieri Italia)

  •  

  •  

 

1 Mei 2021

Rob Vroom

 

 


Dante 700 April 2021 Dante con la barba e altri ritratti di Dante
01apr

Dante 700 April 2021 Dante con la barba e altri ritratti di Dante

De recente ontdekking van een 16de eeuws schilderij van Dante met baard in het gemeentehuis van Orvieto, wat een verassing tussen al die...