Blogs

Dante 700 September 2021

De Welfen en Ghibellijnen, de verbanning en de dood van Dante Alighieri

Als we het leven van Dante Alighieri in 2 stukken indelen, dan is voor mij de verbanning uit Firenze in 1302 het scharnierpunt. Tot aan zijn verbanning leidde hij een burgerlijk leven, trouwde met Gemma Donati in 1285, kreeg 3 zonen Jacopo, Pietro en Giovanni – alhoewel enige twijfel heeft bestaan of Giovanni wel een echte zoon van Dante was- en een dochter Antonia, die later in een klooster de naam Beatrice zal aannemen, studeerde, bezocht de religieuze scholen van de Franciscanen en Dominicanen, wijdde zich aan de dichtkunst, was politiek actief en verzaakte niet in zijn burgerplicht om ook als militair een rol te vervullen. Na zijn verbanning was Dante een dolende ziel, vol frustratie en ergernis, zeer afhankelijk van de gastvrijheid van anderen. Tegelijk een periode waarin zijn dichterlijke meesterschap tot volle ontplooiing kwam.

Dat roept de vraag op naar de reden van die verbanning, wat was daarvan de achtergrond. Enig inzicht in de geschiedenis van de Welfen en Ghibellijnen is daarvoor nodig.

De naam Welf, mogelijk afgeleid van ‘jonge wolf’, komt het eerst voor als naam voor de zoon van Rothard van de Argengau (rond 750). Deze Rothard, een Frankische edelman, had grootgrondbezit in de Elzas en werd door de Frankische koning Pepijn in 769 benoemd tot graaf van Argengau, een gebied ten noorden van het Bodenmeer, om zich zeker te stellen van het gezag over de Alemannen, een verbond van Germaanse volkeren. Deze zoon Welf I, graaf van Altdorf, werd in 819 ook graaf van Argengau. Sindsdien neemt het geslacht de naam Welfen aan.

Inmiddels had Karel de Grote zich de absolute macht toegeëigend na de Merovingers (re fannuloni) te hebben verslagen en verzekerde zich van de steun van de kerk. In 800 liet hij zich tot keizer kronen door Paus Leo III. Alhier de grondslag van de relatie tussen de Welfen en de kerk.

Judith, de dochter van Welf I, trouwde met Lodewijk de Vrome en haar zus Emma met Lodewijk de Duitser, zoon resp. kleinzoon van Karel de Grote. De zoon van Welf I, Koenraad (Corrado) I, koos partij voor de zoon van Lodewijk de Vrome, Karel de Kale en werd graaf van Auxerre, het begin van de Bourgondische tak van de Welfen.

Echter deze Bourgondische tak stierf rond 1050 uit omdat Welf III kinderloos stierf.

Met het uitsterven van de Bourgondische tak kwam een eind aan wat men noemt de dynastie van de Oude Welfen (La vecchia dinastia dei Guelfi/ Welfen).

In de vrouwelijke lijn trouwde in 1055 Cunigunda, een zus van Welf III van Carinzia, met Alberto Azzo II, lid van het Italiaanse huis d’Este. Dit legde de basis voor de tak van de Jonge Welfen, op hun beurt weer de basis voor verbanden tussen diverse belangrijke Europese geslachten zoals het Huis van Hannover.

Uit dat huwelijk kwam voort Welf IV, later getrouwd met Judith van Vlaanderen. Hun zoon Hendrik IX (Hendrik de Zwarte) trouwde met Wufhilde van Bugling, wier dochter Judith trouwde met Federico II (van Hohenstaufen). Hun zoon was Federico III, die later de naam aannam van Federico I Barbarossa, de latere keizer van het Heilige Romeinse Rijk (1152).

Met de dood van keizer Hendrik V in 1125, zonder erfgenamen, kwamen deze geslachten tegenover elkaar te staan. Beide meenden recht te hebben op de troon. Uiteindelijk kwam die in 1152 toe aan de latere Federico I Barbarossa, gezien zijn relatie met de Hohenstaufen en de Welfen via de vaders en moederskant. Hitler zou later zo onder de indruk zijn van de daadkracht van Federico I dat hij voor de aanval op Rusland in 1941 Operatie Barbarossa als codenaam gebruikte. Echter deze operatie mislukte volledig hetgeen een keerpunt betekende in het verloop van de Tweede Wereldoorlog.

Die strijd om de troon was veel meer dan een strijd om de macht, het was een strijd van recht tegenover elkaar staande politieke opvattingen, kort gezegd de kerk tegenover de staat.

Wie had in Duitsland de macht om belastingen te innen en bisschoppen en ander geestelijken te benoemen, de kerk of de keizer. Deze Investituurstrijd had zijn wortels in de vraag van de macht van de kerk.

Deze strijd kwam echt tot uitbarsting in 1075 tussen keizer Hendrik IV en Paus Gregorius VII. Enerzijds bemoeide de Paus zich met de Saksische oorlogen, waardoor het koninklijk gezag werd ondermijnd, anderzijds was de benoeming van een bisschop van Milaan door Hendrik IV de druppel die de emmer deed overlopen.

De keizer organiseerde een samenkomst van bisschoppen, waarbij Paus Gregorius VII werd afgezet. In antwoord daarop excommuniceerde Gregorius de keizer, evenals zijn medestanders. Dit bracht Hendrik IV in een moeilijke positie, omdat een aantal Duitse bisschoppen zich tegen hem keerde en sommige vorsten hetzelfde dreigden te doen. Om zijn excommunicatie op te heffen ondernam Hendrik IV in 1077 een boetetocht naar Canossa (iets beneden de lijn Parma – Modena), waar de Paus op dat ogenblik verbleef bij Mathilde van Toscane. Hendrik IV toonde zich bereid om zich aan de Paus te onderwerpen, maar deze wilde Hendrik aanvankelijk niet ontvangen. Pas nadat de Paus hem drie dagen in de sneeuw voor het kasteel van Canossa had laten wachten werd de koning uiteindelijk ontvangen. Deze vernedering heeft de Investituurstrijd niet doen liggen, deze bleef nog jaren doorsudderen. Zie later het verhaal bij keizer Federico I Barbarossa in de wedijver om de heerschappij in Italië.

Dankzij de veronderstelde machtsoverdracht van de macht over het West Romeinse rijk aan Paus Silvester I en zijn opvolgers door de Byzantijnse keizer Constantijn aan Rome in 315 de zg Donazione costantiniana, een 8ste eeuws document, claimen de Pausen het recht op wereldse macht te hebben.

De Welfen stonden hierachter, de Ghibellijnen, gesteund door de adel als hun belangrijke achterban niet. Zij stonden een duidelijke scheiding tussen kerk en staat voor.

Min of meer tegelijk met de opkomst van de Welfen kreeg het Swabische geslacht van de Staufen vorm. Hun kasteel stond op de Hohenstaufen, Waiblingen, in de buurt van Stuttgart, vandaar hun naam. Waiblingen werd verbasterd tot Ghibellini / Ghibellijnen.

Hiervoor gemeld, Federico II van het geslacht Hohenstaufen. Hij was de zoon van Federico I, die in 1079 getrouwd was met Agnes, dochter van Keizer Hendrik IV. Hij liet het slot Staufen bouwen. Die datum wordt beschouwd als het begin van de familiegeschiedenis van de Hohenstaufen.

Federico I Barbarossa (eigenlijk Federico III) stierf in 1190 tijdens een kruistocht in Anatolië. Zijn

opvolger Hendrik VI huwde in 1186 met Constance van Sicilië, genoemd in Par. III 118 als la gran Costanza, die volgens Dante in een klooster zou hebben gezeten en streefde naar de macht over het Zuid-Italiaans Normandische rijk. Hij stierf in 1197 met wederom een strijd tussen de Welfen en de Hohenstaufen over de opvolging tot gevolg, ongeveer honderd jaar na de vorige uitbarsting over de investituur. Hierbij kwam in eerst instantie de Welf Otto IV met steun van de Paus als winnaar naar voren, hetgeen tegen het zere been van de Hohenstaufen was die niets van een Pauselijke inmenging in de Duitse koningsstrijd moesten hebben. Maar door zijn agressieve Italië politiek verloor hij de steun van de Paus Innocentius III en werd alsnog de zoon van Hendrik VI, Federico II, die toen zijn vader stierf nog minderjarig was, tot koning gekroond.

Keizer Federico II, die later de bijnaam stupor mundi (de verbazing van de wereld) kreeg, geldt als het wonderkind ten tijde van de Rooms- Duitse keizers in de middeleeuwen. In 1220 werd Federico II ook tot keizer gekroond. Tot een goede verhouding met de Paus Gregorius IX is het nooit gekomen. Voortdurend lagen ze met elkaar in de clinch. De daaropvolgende jaren werden gekenmerkt door een strijd tussen zijn rijk en de kerk, waarbij beide wereldmachten naast militaire middelen steeds vaker oorlog voerden door propaganda in te zetten. Federico II werd door de Paus voor antichrist uitgemaakt en geëxcommuniceerd, terwijl Federico II de Paus op zijn beurt verweet zuivere machtspolitiek te voeren.

Gregorius' opvolger in 1241, Paus Innocentius IV, eigenlijk een Ghibellijn, zette diens harde politiek voort en ontnam Federico II in 1245 de keizerstitel, een maatregel die kwaad bloed zette bij een groot deel van de door de katholieke kerk beheerste wereld. Federico II hield echter stand tot zijn onverwachte dood in 1250. In zijn testament had hij laten opnemen dat hij, hoewel hij stierf als banneling, toch graag tot een overeenstemming met het Pausdom zou zijn gekomen.

De dood van Federico II luidde het einde van de heerschappij van het geslacht der Hohenstaufen in. Koenraad IV nam het stokje over, maar overleed in1254. Zijn halfbroer Manfredi liet het leven in de slag bij Benevento in 1266, Koenraad’s zoon Konradijn van Hohenstaufen werd in 1268 door Karel van Anjou verslagen, op de vlucht gevangen genomen en in Napels op het marktplein onthoofd. Twintig jaar later in 1298 werd Rudolf I als eerste koning uit het huis Habsburg gekozen.

Hoewel het geslacht van de Hohenstaufen uiteindelijk in 1268 zijn einde vond, in de Ghibellijnen leefde dat geslacht nog eeuwen voort.Die strijd tussen de Welfen en Ghibellijnen zette zich ook door in Italië. De Welfen hadden met steun van de Pausen het bezit, de macht gekregen in vele communes, dit tegen het zere been van Federico I, die de macht over Italië wilde hebben.

De communes ontwikkelden zich tot steden, die al of niet kozen voor de kant van de Welfen of Ghibellijnen. Zo waren Firenze, Milano (t.o.v. Pavia) e Mantova Welfs en Forlì (t.o.v. Faenza), Arezzo, Pisa, Siena en Lucca Ghibellijns. De keuzes voor de een of andere waren vaak triviaal. Als de buurstad voor de een, zo was de andere stad voor de andere partij. Een andere reden was het verzet tegen de oude keizerlijke of Pauselijke invloed. Door te kiezen voor de andere partij probeerde men zich onder het juk van de oude partij uit te komen. Het is begrijpelijk dat gelijkgestemde steden zich met elkaar verbonden en waar nodig gezamenlijk de strijd aangingen zoals bv de slag bij Montaperti in 1260. Overigens was het in de loop der geschiedenis ook zo dat de steden verwisselden van partij. Dat was zo in Firenze, maar ook bv in Ferarra, Milaan, Bergamo, Lucca.

In Firenze zag men in het begin dat er binnen de stad de verschillende fracties aanwezig waren, veelal gekoppeld aan families. Zo waren de families degli Amidei Welfs, de families Degli Uberti, Lamberti, Donati Ghibellijns. Deze families kwamen tegenover elkaar te staan in 1216 na de moord op Buondelmonte dei Buondelmonti op de Ponte Vecchio. Deze Buondelmonte was verloofd met meisje degli Amidei. Hij verbrak zijn huwelijksbelofte en trouwde me een meisje Donati. Om deze breuk te wreken werd hij in de buurt van het standbeeld van Mars op de Ponte Vecchio over de Arno op Paasdag op brute wijze vermoord door Mosca dei Lamberti, met steun van de Degli Uberti familie. Van deze Mosca zijn de beroemde woorden: Che disse, lasso! ‘Capo ha cosa fatta’.- (Canto XXVIII 107 (Helaas ik zei ‘Geen keert wat is geschied”) of te wel, ‘gedane zaken nemen geen keer’.

In het Paradiso Canto XVI (140-148) komt Dante nog eens op deze wraak terug, door te betreuren wat mensen elkaar kunnen aandoen. Zo wenste Dante: ‘Oh was Buondelmonte maar in de Ema, een zijrivier van de Arno verdronken, dan was ons die ellende als gevolg van de wraak niet overkomen’.

Deze moord laat zijn sporen na in de veelvuldige veldslagen tussen de Welfen en de Ghibellijnen met daarbij ernstige gevolgen voor de burgers en de stad Firenze.

1260 De slag bij Montaperti op 4 september. De overwinning van de Ghibellijnen leidde tot een verdrijving van de Welfen uit de stad Firenze. Dankzij de tussenkomst van Farinata degli Uberti kon een deel van de stad voor vernietiging bespaard blijven.

Battaglia di Montaperti - Wikipedia

1266 De slag bij Benevento. Dankzij de steun van Karel van Anjou, die zijn oog op Sicilie had laten vallen, en Paus Clemens IV kwam de stad weer in het bezit van de Welfen. Het bezit van de Uberti families moest het wel ontgelden, veel gebouwen gelegen op en rond de Piazza della Signoria.

In deze slag was Manfredi van Sicilie, de onwettige zoon van Federico II, zoon van Hendrik VI en Costanza, kleinzoon van Frederico I Barbarossa, hun tegenstander. Hij was geëxcommuniceerd, hij zat de Paus dwars. Voor zijn dood had hij berouw. In Canto III van het Purgatorio komt zijn verhaal naar voren, waarbij wordt onderstreept dat de Pauselijke ban niet definitief is, God kan die doorbreken. Of in de woorden van Dante (Purg. III 133-134) “Non si perde l’ettterno amore mentre che la speranza ha fior del verde’ oftewel zolang er leven is is er hoop.

1289 slag bij Campaldino. Aretijnen/ Ghibellijnen tegenover de Florentijnen met o.a. Corso Donati en Dante Alighieri met steun van Siena, Lucca en Pistoia. Hier verloor Buonconte de Montefeltro, aanvoerder van Aretijnen, zijn leven. Zijn lichaam kwam door een storm in de Arno terecht, nooit teruggevonden. Zijn verhaal komt voor in Canto V Purgatorio.

In Maart waar ik verwijs naar de rivier de Archiano zei ik hierover:

De duivel wilde de ziel van Bonconte naar de hel brengen. Op dat moment, zo vertelt hij aan Dante, vond hij, aan zijn keel verwond, toch de kracht om een kruis te maken, als teken van berouw voor zijn zonden. Zo kwam zijn ziel in het Purgatorio terecht. De duivel kwaad, liet een storm opsteken waardoor de rivier de Archiano aanzwol en het lichaam van Bonchonte in de rivier daar waar de Archiano overgaat in de Arno terecht kwam en nooit meer is gevonden.

1289 In het zelfde jaar vecht Dante bij Pisa om de Welfse Visconti, door Ugolino, Ghibellijn, verdreven uit Pisa en verblijvend in de toren van een kasteel in Caprona. Het is de Ugolino, die later door bisschop Ruggieri is verraden en in de gevangenis is gezet. Zijn lot is bekend.

In het zelfde jaar vindt de splitsing plaats tussen de Witte en Zwarte Welfen. Het begon als een burenruzie tussen de Vieri di Cerchi ’s en de Donati’s, beide bankiersfamilies. De Witte Welfen steunden meer op het volk, wilde politiek onafhankelijk zijn met zo weinig mogelijke inmenging van buiten af, waren voorstander van een republikeinse structuur. De Zwarte daarentegen steunde op de aristocratie en rijke handelaren. Zij waren nauw verbonden met de Paus om economische redenen, zij keken als bankiers uit naar de financiële rijkdom van de Paus en lieten zijn invloed toe bij binnenlandse aangelegenheden van Firenze.

Er zou een poging gedaan zijn om Guido Cavalcante te vermoorden, waarna gepoogd is Corso Donati met en pijl te doden. Niet zonder reden is wordt deze wijk waar deze families woonden, ook de familie Alighieri, genoemd als de Sestieri degli scandali.

Uiteindelijk was vooral de steun aan de Paus en aan het huis Anjou het belangrijkste ideologische twistpunt.

Langzamerhand krijgt de betrokkenheid van Dante in de lokale politiek vorm. Om daarin een rol van betekenis te spelen moet je lid zijn van een Gilde. De Gilde van de “Arte dei Medici e degli Speziali, je zou deze een restgroep gilde kunnen noemen, accepteerde Dante als lid. Hij wordt gekozen tot lid van het Consiglio Speciale del Popolo en later in het Consiglio del Cento. In juni –augustus 1300 wordt hij benoemd tot prior van Firenze. Het was in deze hoedanigheid dat Dante Guido Cavalcanti, zijn vriend en leermeester, grondlegger van de Dolce Stilo Nuovo, tezamen met Corso Donati, als vertegenwoordigers van de Witte en Zwarte Welfen om de rust in Firenze te herstellen heeft verbannen.

Vanwege gezondheidsproblemen mocht Guido naar Firenze terugkeren waar hij kort daarna stierf. Dante overigens moest zelf niet veel hebben van het onderscheid tussen wit en zwart. Voor hem stond het welzijn van de burgers van Firenze centraal.

In Pistoia zou voor het eerst het onderscheid tussen een witte en zwarte factie van de Welfen naar voren zijn gekomen. De oorzaak van de ruzies zou liggen tussen neven en nichten van de familie Cancellieri vanwege alcohol. Een ander verhaal is dat na een licht incident, waarbij de zoon van de machtige Cancellieri-familie uit Pistoia per ongeluk zijn speelkameraadje met een zwaard verwondde, er een tweespalt ontstond binnen het Welfische kamp. Toen de jongen zijn excuses kwam aanbieden, werd hem met de woorden: "Alleen met ijzer, niet met lege woorden, worden wonden aangebracht door een zwaard geheeld," de hand afgehakt. Daarop ontstond een conflict of er juist gehandeld was, waarbij de voorstanders en tegenstanders partij kozen voor de "witten" of de "zwarten". Een gelijk verhaal heeft zich later in Firenze afgespeeld.

Dat onderscheid Wit – Zwart zou te zien zijn in kinderen uit het eerste en kinderen uit het tweede huwelijk van een lid van de familie Cancellieri, ook wordt beweerd dat dit onderscheidt voortkwam uit de naam Bianca van een meisje. Bij de Zwarte of de Witten sloten zich door huwelijk of andere reden andere familieleden of ander families zich aan.

Aan het hoofd van de factie van de zwarten stond Simone da Pantano,een vriendin van Corso Donati,terwijl aan het hoofd van de witten Schiatta Amati stond. De twee facties splitsten de stad Pistoia al snel in tweeën, ieder met de regeringskantoren om het definitieve bestaan van de partijen te sanctioneren. De situatie in Pistoia was bekend bij de Florentijnen, alwaar dezelfde strijd tussen de witte en zwarte Welfen was ontsprongen, welke zich verhevigde nadat na de slag bij Campaldino in 1289 de Ghibellijnen uit Firenze waren verdwenen.

Het begin van de echte gewapende strijd vond plaats vanwege een ruzie tussen jonge exponenten van de twee huizen. Op 1 mei(Calendimaggio)van 1300 – precies 26 jaar na de eerste ontmoeting van Dante met Beatrice - ontstond er een ruzie tussen de leden van de twee families op de Piazza Santa Trinita, waarbij de neus van Ricoverino de' Cerchi door een Donato zou zijn afgesneden.

De ruzie tussen beide facties was aanleiding voor de priors van Firenze w.o. Dante om de leiders van de twee facties op te sluiten in een poging om de geesten te koelen. Hetgeen hem door beide partijen niet in dank werd afgenomen. De Donatische leiders werden gestuurd naar Castel della Pieve. De Welfische leiders waaronder Cavalcante naar de andere kant van Toscane gestuurd, naar Sarzanza (iets ten oosten van La Spezia) 

De Donati wachtten echter sluw tot de tegengestelde leiders waren vertrokken en weigerden op hun beurt de stad te verlaten. De hulp van kardinaal d'Acquasparta met zijn Lucca-leger ten faveure van de Donati had geen effect. Integendeel, het leidde tot ontevredenheid over zijn ogenschijnlijk neutrale rol. Hij verliet de stad kort daarna om daar geen voet meer te zetten.

Intussen had Bonafatius VIII Karel van Valois, broer van Filips de Schone van Frankrijk, tot Paciaro van Toscane benoemd, een positie die niet goed gedefinieerd was en die velen als bedreigend beschouwden.

Tijdens een geheim beraad - Simone de'Bardi,echtgenoot van Beatrice Portinari was hier ook bij betrokken- gehouden in Santa Trinita (juni 1301) beraamden de Donati een plan om de Witte Welfen te elimineren. Toen dit werd ontdekt, werden de Zwarten hard gestraft met de ballingschap van de leiders van de factie, boetes en confiscaties.

De Donati togen naar de Paus en vertelden Bonifatius VIII over hun nederlaag.

Als reactie liet hij Karel van Valois ingrijpen in de stad, ondanks het verzoek aan de Paus van vertegenwoordigers van de Witten waaronder Dante Alighieri tezamen met Maso Minerbetti en de daarvan af te zien.

Karel van Valois was vanaf 1 november 1301 in Firenze, op een gemaskerd beleefdheidsbezoek, wat veel onrust veroorzaakte in de Florentijnen. Hij was er met grote pracht en praal binnengegaan, met paarden en infanterie, met de officiële bedoeling om de vrede tussen de strijdende partijen te herstellen, en plechtig te zweren de stad en haar instellingen om welke reden dan ook geen schade toe te brengen. Maar men vertrouwde hem niet.

Tegelijkertijd belastte de Paus Bonafatius VIII Cante Gabrielli, een legeraanvoerder, Karel van Valois ter zijde te staan vanwege zijn politieke ervaring en zijn trouw aan de Kerk. Hij stond aan het hoofd van de cavalerie tijdens de intocht van Karel van Valois. Op 9 november benoemde Karel van Valois hem tot podestà van Firenze, tot volle tevredenheid van de Paus.

Valois begon echter strenge wetten uit te vaardigen en eiste de betaling ter ondersteuning van zijn militie. Er kwam geen verzet toen de Zwarten terugkeerden naar de stad, niet alleen de voorwaarden van de verbanning schendend, maar zich ook overgaven aan plunderingen, moord en andere wreedheden.

Karel van Valois besloot ook tot het gebruik van listen met als doel de elementen die hem vijandig stonden te elimineren, zoals ter gelegenheid van de ontdekking van een document dat het bestaan van een samenzwering tegen zijn persoon zou hebben bewezen(1302). Nooit is opgehelderd of dit document, dat nog steeds in het Rijksarchief bestaat, een notariële akte tussen de Cerchi, de Gherardini – Lisa Gherardini is de Mona Lisa van Leonardo da Vinci- en de Republiek Siena een origineel was of een enscenering verzonnen door Zwarten. In ieder geval een goed excuus om de laatste flarden van de adel van het platteland uit te roeien en in feite, met de vernietiging van het kasteel van Montagliari van de Gherardini een einde te maken aan het feodale tijdperk in Toscane.

Het was de genoemde Cante Gabrielli die zijn vonnissen uitsprak tegen leden van de Witte Welfische factie waaronder die op 27 Januari en 10 Maart 1302 tegen Dante Alighieri terwijl hij op bezoek was in Rome, op beschuldiging van corruptie en persoonlijk gewin, het aannemen van geld als hoofd wegen programma, tijdens uitoefening van een publiek ambt. Zijn straf bestond uit een boete van 8000 lire, een verbod van het vervullen van een publiek ambt in Firenze en een verbanning van 2 jaar (pro bono pacis)

In een tweede veroordeling toen hij niet aan de voorwaarde van de eerste had voldaan werd Dante Alighieri bij verstek veroordeeld tot de brandstapel (igne comburatur sic quod moriatur), met vernietiging van zijn huizen en confiscatie van al zijn goederen. O.a. mede werden veroordeeld de vader van Petrarca en Gherardini.

Deze Gabrielli stond ook aan het hoofd o.a. in de strijd tegen de Welfen in Pistoia, totdat op 30 juni 1302 een einde kwam aan zijn podesteria, inmiddels verantwoordelijk voor 170 doodvonnissen en de uitzetting van ongeveer zeshonderd burgers van de blanke factie.

In oktober 1302 was de macht in handen gekomen van de Zwarten die zich met de steun van de Paus en Valois in alle regeringskantoren hadden gevestigd.

De verdrijving uit Firenze, met de ervaring van ballingschap en de pogingen om met geweld terug te keren naar de stad, dwongen de Witte Welfen om de steun te zoeken van de Ghibellijnen van Scarpetta Ordelaffi uit van Forlì, waar Dante dat jaar zijn toevlucht had gezocht en de titel van secretaris had gekregen.

Die steun had voor de Witte Welfen weinig succes. Eerst in 1302 een nederlaag bij Mugello, vervolgens in 1303 bij Castel Puliciano tegen de Zwarten uit Firenze o.l.v. Fulcieri da Calboli.

Pulicciano e dintorni di Borgo San Lorenzo – Dante in Mugello

Quando il ghibellin fuggiasco Dante dimorò a Forlì - Blog (forlitoday.it) in 1302 en 1308

Zijn zwerftocht begint in Verona alwaar hij te gast is van Bartolomeo della Scala, de oudere broer van Can Grande, daarna in Arezzo, Lunigiana, Treviso, Venetië en Padua alwaar hij Giotto bezig ziet in de Cappella degli Scrovegni en Bologna. Vervolgens weer in Verona alwaar te gast van Can Grande en uiteindelijk in Ravenna.

Het lijkt zo opgeschreven als een toeristisch verslag, verre van, het is een verslag van iemand die gefrustreerd om het feit dat hij op onrechtvaardige gronden is verbannen uit zijn geboortestad, die voordurend op zoek is naar een plek van rust en bescherming, terwijl hij tegelijkertijd nauw volgt wat er in Firenze en in de politiek in het algemeen gebeurt. Zijn geest leidt er niet om, in tegendeel, het verscherpt zich steeds meer, blijkens zijn voortdurende zichtbare opwinding over de politieke en religieuze chaos zoals we kunnen lezen in zijn Divina Commedia.

In 1304 een hernieuwde poging om de macht in Firenze terug te krijgen. Dat was bij de bloedige slag bij Lastra op 12 juli. Maar ook deze poging faalde.

Dante had zijn makkers gewaarschuwd deze veldslag niet aan te gaan, waarop zij hem van lafheid en verraad beschuldigden.

Dante maakt hiervan gewag van in zijn Canto XVII Paradiso 65-66 :

che tutta ingrata, tutta matta ed empia

si farà contr’a te; ma poco appresso,

ella, non tu, n'avrà rossa la tempia.

Zij zullen je weerstreven en je schaden*

Met hun verdwazing en ondankbaarheid,

Maar zich al spoedig schamen voor hun daden

Nadat de Witte Welfen uit Firenze verdreven waren, ontstond er een nieuw strijd tussen een nieuw factie met de naam Tosinghi, afkomstig van de familie onder aanvoering van Rosso della Tossa en de Donateschi.

Deze strijd eindigde uiteindelijk met de dood van Corso Donati in 1308, uitvoerig beschreven door Dante in Purg. XXIV 79-89. Daarna normaliseerde zich het leven in Firenze, leidende tot de opkomst van nieuwe families en meer welvaart.

 

Guelfi bianchi e neri - Wikipedia

 

Een mooi moment om deze politieke geschiedenis nog eens samen te vatten. De Welfen en de Hohenstaufen in Duitsland, de Franken en hun navolgers in Frankrijk en daarnaast de Paus, zij allen proberen de macht in Europa en dan met name in Italië naar zich toe te trekken. Dat leidde tot strijd maar ook tot samenwerkingsverbanden, dat alles met grote politieke gevolgen. Die strijd op hoog niveau vertaalde zich vervolgens in een strijd op regionaal en lokaal niveau in Italië tussen steden en families die onder de Welfische of Ghibellijnse vlag om de macht streden en met elkaar tot bloedens toe de strijd aangingen. Sterker nog, toen laat in de tweede helft van de 13de eeuw er een splitsing kwam binnen de groep Welfen, de Witte en de Zwarte, ging die strijd door in kleine kring, tussen families maar ook tussen personen. Zo had die grote politiek zijn weerslag op microniveau, waar de verbanning van Dante een uiting bij uitstek van was.

Anderzijds valt ook te zeggen dat dat microniveau ver af stond van het grote geheel, het was gebaseerd op persoonlijke wraak, op een vergelding die weinig nog met de grote politiek van doen had. De verbanning van Dante was ook een wraak van Corso Donati, net daarvoor verbannen.

Langzamerhand stierf het belang van de families uit en kwam het bestuur van de stad te liggen bij het bestuur, de Podestà. Neemt niet weg dat de verwijzing naar de Welfen en Ghibellijnen nog lang gebruikt werd om de politieke verbinding met de Paus of de keizer te onderstrepen.

Even een tussendoortje, de Merlatura.

De kantelen van kastelen in die tijd werd altijd gezien als een aanduiding wat de politieke kleur van de stad was. Rechthoekig dan was het Welfisch, met een zwaluwstaart dan was het Ghibellijns.

Dit wordt de ‘merlatura’ genoemd, afkomstig van het woord ‘merlo’.

Merlo (architettura) - Wikipedia

Ook al is Firenze een korte tijd echt Ghibellijns geweest, in feite was het een Welfische stad. Terecht dat de kantelen van het Palazzo Vecchio dit aangeven.

Guelfi e Ghibellini | comunicazioneimmagine (rotarycomunicazioneimmagine.com)

Na de dood (vermoord door zijn neef Jan van Zwaben) van Albert I van Oostenrijk, zoon van Rudolph I van Habsburg in 1308 was de keizerlijke troon onbezet. Paus Clemens V vond Hendrik VII van Luxemburg een goede opvolger. In een brief aan de burgers van Italië bepleit Dante ook zijn komst als een nieuw caesar.

In 1311 vond de kroning tot koning plaats in Milaan, als onderkoning werd een Ghibellijn aangesteld. Tot woede van de Zwarte Welfen in Firenze. Dante heeft Hendrik VII nog aangespoord om Firenze binnen te vallen, maar zonder resultaat.

In 1312 is Hendrik VII in Rome tot keizer gekroond, waarna hij een jaar later door malaria is gestorven. Daarmee spatte de droom van Dante uiteen. Hij had gehoopt dat Hendrik VII de redding zou zijn voor Italië met weer een duidelijk en krachtig centraal bestuur. Helaas, hij overleed snel na zijn kroning (1313).

In 1314 sterft Paus Clemens V (voorheen aartsbisschop van Bordeaux) die na de dood van Bonafatius VIII in 1303 het Pausdom had overgenomen. Zijn opvolger Johannes XXII, ook een fransman, verplaatste de Pauselijke zetel naar Avignon waar het tot 1377 zal blijven.

In 1315 doet Firenze een poging om zich te verzoenen met Dante en hem de gelegenheid te geven terug te keren naar Firenze. Firenze, bedreigd door Uguccione della Faggiola, een Toscaanse veldheer, had manschappen nodig om Firenze hiertegen te verdedigen.

Het mondde uiteindelijk uit in de Slag bij Montecatini, waarbij Uguccione aan het hoofd stond van de troepen uit Pisa en Lucca. Firenze was onderworpen aan de heerschappij van Pisa, later een vorm van samenwerking. De macht van Pisa vervalt, in 1284 verslagen door Genua en in 1406 door een Visconti verkocht aan Firenze. Inmiddels was Firenze een machtige en ontwikkelde stad geworden dat verder zijn ontwikkeling kent door de komst van de Medici in 1437.

Het aanbod van Firenze aan Dante hield een terugkeer in met erkenning schuld, een blijk van nederigheid om met een touw om de nek voor de doopkapel van San Giovanni te verschijnen en hoge boete. Dante weigerde dit met als gevolg een ter dood veroordeling middels onthoofding. Hiermee werd zijn definitieve verbanning uit Firenze een feit.

Deze ter dood veroordeling gold ook voor zijn zoons, waarna zij Firenze verlieten.

1312 -1318 Dante was in Verona (Ghibellijns) te gast bij Can Grande della Scala (Scaligeri). De Scala verwijst naar het familiewapen met op de trap een adelaar.

Deze Grote Hond, Veltro, zoals hij in Canto I van de hel wordt aangeduid en wiens heerschappij door Vergilius aldaar wordt voorspeld, is voor Dante de ideale heerser. In Canto XVII van het Paradiso wordt hij alom geprezen. Het is iemand die het niet om geld en grondbezit gaat, maar om wijsheid, liefde en de deugd.

Dit was voor Dante een zeer productieve tijd, genietend van zijn vrijgevigheid en gastvrijheid. Deze gastvrijheid die hij ook jegens anderen had, leidde tot veel gezelligheid en onthaal, maar werd voor Dante uiteindelijk te veel. In Ravenna vond hij als gast van Guido Novello da Polenta meer rust om zijn werk te kunnen voortzetten.

Het paleis van de Scaligeri stond op de Piazza dei Signori waar nu het standbeeld van Dante staat (1865).

Overigens nog aardig te verwijzen naar de onwettige zoon Giuseppe van Alberto della Scala, de jongste broer van Can Grande die Giuseppe tot abt van San Zeno (1291 -1314) had gemaakt.

Deze Giuseppe was mismaakt en verdorven, op geen enkele wijze fysiek en moreel in staat om deze zware post te vervullen. Voor Dante alhier de gelegenheid om uit te varen tegen misbruik van politieke macht, in dit geval door Alberto.

Naast het afronden van zijn Divina Commedia vond Dante Alighieri ook nog tijd om een Ecloge op te stellen als antwoord op het verwijt van Giovanni del Vergilio dat hij niet in het Latijn maar in het Toscaans zijn Divina Commedia had opgesteld. Deze Ecloge is recent vertaald door Patrick Lateur.

Literair salon met Patrick Lateur en Luc Devoldere (20.5.2021) - YouTube

Herderszangen — Dante Alighieri – Patrick Lateur

Op verzoek van Guido Novello da Polenta was Dante naar Venetië gegaan om wat geschillen op te lossen. Ravenna had enig schepen van Venetië in handen gekregen en hun bemanning gedood. Venetië upset, wilde oorlog maar Ravenna niet. Vandaar het verzoek aan Dante als welbespraakt persoon en uomo politico om een vredesakkoord te sluiten. Gezien de genoten gastvrijheid kon Dante niet weigeren, helaas met noodlottige gevolgen. Op zijn terugreis door de moerassen van Comacchio liep hij malaria op waaraan hij op 14 september 1321 is gestorven.

Volgens Boccaccio heeft hij ‘nederig en devoot de laatste sacramenten ontvangen, en vol berouw over alles wat hij tegen Zijn behagen gedaan had, zoals de mens dat doet, verzoende hij zich met God. Daarop steeg zijn vermoeide geest, in de maand september van het jaar onzes Heren 1321, op de dag waarop door de Kerk de Kruisverheffing gevierd wordt, tot groot verdriet […] van alle inwoners van Ravenna, ten hemel.’

Aan de buitenkant van de kerk van San Francesco liet Guido Novello da Polenta een graf plaatsen ter ere aan de grote Dichter.

 

Deze schets van vooral de politieke wereld waarin Dante leefde en de consequenties daarvan voor zijn eigen leven en werk, verhinderde hem niet een indrukwekkend oeuvre achter te laten.

Te beginnen natuurlijk met La Vita Nova, dat hij rond 1295, 5 jaar na de dood van Beatrice, voltooide. Zijn schrijverskunst had al enige uitdaging gekend door zijn contacten met Guido Cavalcante en Bruno Latini. Zij spoorden hem aan om te schrijven in de zg Dolce Stilo Novo, een hoofse, volkse stijl dat zijn hoogtepunt kende in La Vita Nova.

In Bologna schrijft rond 1305 zijn De Vulgari Eloquentia en zijn Convivio (beide niet voltooid).

In 1308 begint hij aan zijn La Monarchia in het Latijn. Hier in een pleidooi voor de scheiding van de wereldlijke en kerkelijke macht. Hij beargumenteert dat de wereldlijke macht van de keizers in feite ook door God gegeven is. Net zoals dat was met het Romeinse Rijk. Waar bemoeit de Paus zich dan mee? Dat de kerk daar niet blij mee was, kan je verwachten.

In 1327 vond de Dominicaner abt Guido Vernani het nodig de werk aan te klagen en met succes In 1327 plaatste de kerk dit boek op de lijst verboden boeken. Dat bleef zo tot 1881.

Daarna zet hij zich aan het schrijven van het Inferno. Intussen laat hij vorsten en de geestelijkheid weten via brieven hoe hij tegen het e.e.a. aankijkt. Zo is in 1311 een brief aan de keizer over Firenze aan het zere been van die stad, waardoor hij van enige amnestie wordt uitgesloten. Pas in 1315 begint hij aan zijn Paradiso, dat hij opdraagt aan zijn gastheer in Verona Can Grande della Scala. Gelukkig weet hij, thanks God, voor zijn vertrek naar Venetië in 1321 zijn Paradiso met de beroemde slotzin: l’amore che move il sole e l’altre stelle te beëindigen. Dante had voor zijn vertrek nog de manuscripten van zijn laatste 13 canto’s van het Paradiso in een kast weten te leggen, zonder zoals gebruikelijk daarvan kopieën te maken. Na zijn dood hebben zijn zonen lang naar die 13 canto’s gezocht. Zij wisten dat hun vader deze had geschreven, maar waar lagen ze? Het verhaal gaat dat na 8 maanden Dante in een droom van Jacopo verscheen, hem bij de hand nam en wees waar de manuscripten lagen. Toen, eenmaal wakker, troffen zij deze onder een laagje stof in een inham in een muur aan. Zo is de droom de maat der alle dingen geworden, verrassender kan het leven van Dante Alighieri niet een einde nemen.

 

Ravenna

Uiteindelijk vindt Dante zijn rust in Ravenna in gezelschap van zijn vrouw en kinderen. Alle mannen, Dante en zijn zonen, waren ter dood veroordeeld, de genoemde rust is maar betrekkelijk.

 

Ravenna, deze stad heeft een lang, boeiende geschiedenis.

Ravenna was lang een onbeduidend stadje vlakbij de Adriatische zee, in het jaar 404 veranderde plotseling alles. De jonge keizer Honorius vond dat Milaan, waar het hof meestal verbleef, door zijn ligging aan de invalswegen over de Alpen naar Italië te gevaarlijk was geworden.

Gekozen werd voor Ravenna dat de hoofdstad werd van het West Romeinse Rijk (402-476). Achter zijn muren en een ring van kanalen en moerassen gelegen leek het onneembaar. Het luidde een roemrijke periode in voor Ravenna maar niet voor het West Romeinse Rijk. Na de dood van Honorius verbleven de volgende keizers afwisselend in Rome en Ravenna, terwijl de macht hun ontglipte en in handen van Germaanse legeraanvoerders kwam. Toen het West Romeinse rijk eigenlijk alleen nog Italië omvatte maakte Odovakar in 476 aan de schertsvertoning een einde en riep zichzelf uit tot koning der Germanen in Italië en nam zijn intrek in Ravenna.

 

Zeno, keizer van het Oost Romeinse Rijk, trachtte in 493 een einde te maken aan de Germaanse hegemonie in Italië. In Theodorik, een Ostrogotische jonge edelman, die met zijn volk over de Balkan trok, zag hij een gevaar en een kans. Zeno hoopte Theodorik en zijn Goten naar Italië af te schuiven en zo enerzijds het gevaar van Theodorik te bezweren en anderzijds Italië hechter aan Constantinopel te binden. En zo geschiedde. Odovakar werd verslagen en de Ostrogoten werden de nieuwe macht in Italië. Theodorik de Grote, de nieuwe koning en opperbevelhebber vestigde zich in Ravenna in het voormalige keizerlijke paleis. Zo werd Ravenna de hoofdstad van het Ostrogotische Rijk (493 -540).

 

Onder Theodorik kwam Ravenna tot grote bloei. Het stedelijk gebied werd uitgebreid, moerassen drooggelegd, er werden kerken gebouwd en de infrastructuur werd aangepast. Een nieuw koninklijk paleis werd de ontvangplaats in de loop der jaren voor vele geleerden.

Een van zijn dienaren was Severinus Boethius, staatsman en filosoof, die Theodorik later verdacht van verraad liet ombrengen. Hij is een van de 12 geesten die Dante in het Paradiso tegenkomt. Zijn belangrijkste werk: ‘Over de troost van de wijsbegeerte’ schijnt ook Dante troost te hebben gegeven.

 

Theodorik liet voor de Arianen, een aparte stroming binnen het Christendom, een baptisterium bouwen en vlak buiten de stad verrees in 520 zijn machtig stenen mausoleum.

 

Vervolgens namen de troepen van de Byzantijnse keizer Justinianus 1 onder leiding van de generaal Belisarius bezit van Ravenna. Noord Italië werd geteisterd door de Longobarden waardoor de grip van Keizer Justinus II, neef en in 565 opvolger van Justitianus I, op dit gebied afnam. Het Italië werd in 584 verdeeld in een aantal exarchen, waaronder Ravenna. Een soort stadhouderlijke provincies onder leiding van een exarch, die zowel het civiele als het militaire en kerkelijk gezag uitoefende.

Gedurende zijn gehele bestaan werd het exarchaat constant bedreigd door de Longobarden. Dit culmineerde rond 750/51 in de verovering van Ravenna door de koning van de Longobarden Aistulf. Daarmee verdween het exarchaat van Ravenna voorgoed. Na de overwinning van de Franken op de Longobarden in 756, eiste Paus Stephanus II het grondgebied van het exarchaat voor zichzelf op. Zijn bondgenoot Pepijn de Korte, koning van de Franken, het is dezelfde Pepijn die in 769 Rothard, de vader van Welf I benoemde tot graaf van Argengau, schonk de veroverde gebieden van het voormalige exarchaat in 756 aan het Pausdom; deze Pepijnse Schenking, die door zijn zoon Karel de Grote in 774 werd bevestigd, markeerde het begin van de wereldlijke macht van de Pausen, het Patrimonium Petri.

Ravenna koos de kant van de Ghibellijnen en tussen 1297 en 1441 was het geslacht Polenta er aan de macht. Maar daarna verloor de stad, onder meer door de verzanding van haar haven, haar onafhankelijkheid en kwam Venetië er aan de macht.

Nog lang, tot aan de inname van Bari door de Noormannen in 1071 bleef in Zuid Italië de Byzantijnse invloed aanwezig.

 

Beroemde gebouwen in Ravenna

Zoals gezegd Theodorik de Grote heeft de basis gelegd van de stad Ravenna zoals wij die heden ten dage kennen.

Naast zijn paleis heeft hij de basiliek van Sant' Apollinare Nuovo laten bouwen. Deze basilica was aanvankelijk gewijd aan Christus de Verlosser volgens de ariaanse leer.

In 561 werd de kerk door Justinianus I opnieuw gewijd: onder Byzantijns gezag kreeg de kerk de naam van de anti-ariaanse heilige Martinus van Tours. Toen de relieken van de heilige Apollinaris, de eerste bisschop van Ravenna, in de 9de eeuw naar deze kerk werden overgebracht, kreeg de kerk zijn huidige naam.

De mozaïeken van deze kerk zijn wereldberoemd. Een daarvan stelt Christus voor met 26 martelaren en 16 kerkvaders.

Eén van de 2 mozaïekportretten in de façade is dat van de overwinnende keizer Justitianus, in feite een omgewerkt portret van Theodorik, die op die wijze nog altijd in zijn Ravenna voortleeft.

 

Naast de eerder genoemde paleis en mausoleum van Theodorik en de basilica di Sant'Apollinare Nuovo zijn nog vanwege de aanwezige mozaïeken het vermelden; de basilica di San Vitale, met daarin het mozaïek van keizer Justitianus en zijn vrouw Teodora, de basilica di Santa Maria in Porto, de basilica di Sant'Apollinare in Classe en het Mausoleo di Galla Placidia (de zuster van de Byzantijnse keizer Onofrio). Al deze gebouwen staan opgenomen op de Werelderfgoedlijst:

 

Dante en Ravenna

Van al dit schoons heeft Dante mogen genieten.

Dante verwijst in zijn werk wel naar Ravenna, maar echt prijzend is hij niet. Mogelijk dat zijn late verblijf in Ravenna, toen hij zijn werk nagenoeg af had, hem nog maar weinig ruimte liet om over Ravenna aardige dingen te zeggen. Wel is het zo dat Dante zich in zijn werken veel heeft laten inspireren door de mozaïeken van Ravenna.

 

Siede la terra dove nata fui (If., canto V 97-99)

su la marina dove ’l Po discende

per aver pace co’ seguaci sui.

De stad waar ik (Francesca) geboren ben, ligt waar een*

Rivier in zee uitmondt: de Po komt dar

Met al zijn rivieren tot bedaren

 

Ravenna sta come stata è molt’anni: (If., canto XXVII 40-41)

l’aguglia da Polenta la si cova,

sì che Cervia ricuopre co’ suoi vanni.

Ravenna toont wat men al jaren ziet*:

Polenta’s arend, wijdgewiekt, blijft broeden,

Bedekt door Cervia. En het gebied (Cervia gelegen naast Ravenna, rijk door zijn zoutpannen)

 

Tal qual di ramo in ramo si raccoglie(Pg., Canto XXVIII 19-21)

per la pineta in su 'l lito di Chiassi, (een haven bij Ravenna)

quand'Eolo Scirocco fuor discioglie

Die heerlijke muziek was mij bekend*

Van Classe, waar aan zee de pijnen zingen,

Als Aeolus ons de sirocco zendt.

 

Dante Alighieri e Ravenna (ITA) - YouTube

 

Zoals algemeen bekend stierf Dante Alighieri in Ravenna. Hoe is het verder met zijn beenderen gegaan?

Na zijn dood werd zijn lichaam in een sarcofaag geplaatst onder een portiek aan de buitenkant van een Franciscaans klooster, links van de Basilicata di San Francesco.

Firenze kon zich daar niet mee verenigen. Al sinds 1396 vraagt het bestuur van Firenze aan Ravenna om de beroemde dichter in zijn geboortestad, zijn thuis, te mogen begraven. Ravenna weigert dit consequent; eens verbannen, blijft verbannen. Zij gaven echter de hoop niet op.

 

In 1519 richtten de Florentijnen, de Accademia Medicea, met Michelangelo als lid van deze Accademia, een verzoek aan Paus Leo X, voorheen Giovanni di Lorenzo de’ Medici, om de botten te mogen verplaatsen naar Firenze. De Paus stemde in, maar tot grote teleurstelling van Firenze bleek bij opening in Firenze de sarcofaag leeg. Om de plannen van Firenze te dwarsbomen hadden de Franciscaner monniken inmiddels via een gat in de muur en in de sarcofaag de botten van Dante verwijderd.

 

Het was te danken aan het briljante idee van frater Antonio Santi (1644-1703) om op 3 juni 1677 en nog eens op 18 oktober op de cassette met de botten de inscriptie te plaatsen: ’Dantis ossa-denuper revisa die 3 junii 1677’ (Ossa di Dante di nuovo riconosciute il 3 giugno 1677) en ’Dantis ossa a me fre Antonio Santi hic posita An. Domini 1677 die 18 octobris’ (Ossa di Dante da me frate Antonio Santi qui poste l’anno 1677, il 18 ottobre).

Een klein straatje in de Zone Dantesca met de naam Via Antonio Santi een klein bordje laat ons eraan herinneren dat dankzij hem en zijn medebroeders, dankzij hun ‘gelosa custodia’ de botten in Ravenna zijn gebleven.

 

In 1781 zijn deze botten geplaatst in een tempeltje in 1780 gemaakt door de architect Camillo Morigia.

Omdat de fraters onder dwang van Napoleontische wetten het klooster moesten verlaten verborgen de fraters, onzeker over de veiligheid van de botten, deze opnieuw, nu in een gang tussen het klooster en de Quadrarco di Braccioforte (eveneens de verblijfplaats tijdens de Tweede Wereldoorlog). Ze werden vergeten.

 

Toevallig zijn deze botten op 27 mei 1865 dankzij de opschriften tijdens werkzaamheden in verband met de 600ste geboortedag van Dante gevonden.

De cassette waarin de botten vermoedelijk van 1519 tot 1865 bewaard zijn gebleven is te zien in Museo Dantesco.

Dante Museum (turismo.ra.it)

 

Onmiddellijk daarna heeft de stad Ravenna een onderzoekscommissie ingesteld om de authenticiteit van de botten vast te stellen.

De patholoog Giovanni Puglioli beschreef het als een bijna compleet skelet, ‘met alleen een fragment van de schedel, de hele onderkaak en drie gewrichten van de rechterhand. Naar zijn mening behoorden alle botten van dezelfde vorm, afmeting en kleur toe aan een enkele mannelijke persoon van hoge leeftijd, die sinds hun begrafenis onaangeroerd was gebleven. Zijn enige spijt was dat de wetenschappelijke vooruitgang van zijn tijd niet ver genoeg was om ze te dateren, maar hij geloofde dat het individu tussen de 5,5 en 5,7 voet lang was. Hij vond de schedel groter dan de norm en verklaarde dat "de schedel van superieure mannen gewoonlijk groter en mooier is dan die van mannen met middelmatige intelligentie". Hij citeerde Napoleon, Cromwell en Byron om deze theorie te ondersteunen’.

 

Tijdens de vieringen van 1865 werden de botten weer in elkaar gezet en gedurende twee dagen tentoongesteld in een speciaal geconstrueerde houten en kristallen sarcofaag die in de Braccioforte-kapel was geplaatst voordat ze opnieuw werden bijgezet in het mausoleum van Morigia.

 

Aldaar liggen ze nu in een sarcofaag, voorzien van een reliëf van het gezicht van Dante en profiel, al in 1431 gemaakt door Pietro Lombardo. Dit gezicht zou ook de basis zijn geweest van zijn dodenmasker, aanwezig in het Palazzo Vecchio in Firenze.

De sarcofaag bevat een grafschrift in 1327 geschreven door Bernardo Canaccio, die Dante kende vanuit Verona.

De plaats waar het tempeltje staat, de Zona Dantesca, is thans een zone van respect en stilte.

 

Centro Dantesco dei Frati Minori Conventuali di Ravenna

 

Uiteindelijk heeft Firenze zich verenigd met het feit dat Dante Alighieri niet meer terug zal keren naar Firenze, alhoewel ….. hoop doet leven.

In de Chiesa di Santa Croce in Firenze bevindt zich een Cenotaaf van Dante Alighieri in 1829 gemaakt door Stefano Ricci met opschrift: ‘Onorate l'altissimo poeta' afkomstig uit het Inf. Canto IV 80, in de hoop dat zijn stoffelijk overschot nog terug zou kunnen keren naar zijn geboortestad.

Voor de Florentijnen echter is de volgende versregel hoopgevend: l’ombra sua torna, che era dipartita. (Hier is de hoge dichter die wij eerden, En die maar tijdelijk was heengegaan*)

Opmerkelijk de aanduiding Onorate etc. Deze verwijst naar Vergilius die in de limbo 4 beroemde dichters uit de oudheid ontmoet zoals Homerus, Horatius en Ovidius. Het zijn zij die Vergilius prijzen en hopen dat hij snel naar hen terugkeert.

photography_ProvidedCHO_KU_Leuven_9992111968301488 (2575×2576) (europeana.eu)

 

Uit respect voor deze grote burger stuurt Firenze elk jaar op 14 september, Dante’s sterfdag, olie naar Ravenna, voor de lichtjes op zijn graf.

 

Het graf heeft een restauratie ondergaan. Op 5 september 2020 is het graf van Dante Alighieri in Ravenna in aanwezigheid van President Mattarella heropend. https://www.ravennafestival.live/events/dante700/

 

Enkele sites die een mooi beeld geven van Ravenna en het graf van Dante Alighieri.

DANTE 2021 - Oriente Occidente (guide-ravenna.it)

Dante Alighieri - Ufficio Turismo del Comune di Ravenna - Sito Ufficiale

La tomba di Dante - Meraviglie - YouTube

visita virtuale" il sepolcro dell'Alighieri. 
 

Dante 2021 programma’s in Ravenna

Ravenna Festival - Programma Ravenna Festival 2020

Dante 2021,

www.Dante2021.it

 

De familie Alighieri

Uiteindelijk bleek de familie Alighieri niet echt onbemiddeld, zij bezat landgoederen die met succes beheerd werden door zoon Pietro en latere Alighieri‘s.

Rond 1540 dreigde de familie uit te sterven en de naam Alighieri te verdwijnen. Om dat te voorkomen had Francesco Alighieri, broer van Pietro IV, in zijn testament bepaald dat Pieralvise (geboren in 1550) de zoon van Ginevra Alighieri, inmiddels wees geworden dochter en enig erfgenaam van Pietro IV Alighieri en Teodora Frisoni, in 1549 getrouwd met Marcantonio Serego, naast de naam Serego ook naam van Alighieri moest aannemen. Dit betekende het begin van het geslacht Serego Alighieri.

De voornaam Pieralvise is thans ook de voornaam van de huidige graaf Serego Alighieri, beheerder van het familielandgoed, dat in 1353 door Pietro Alighieri was aangekocht.

Het produceert thans uitstekende wijnen. Een toost op het nageslacht van Dante Alighieri lijkt zeer op zijn plaats.

THE ESTATE | Serego Alighieri

 

Slotoverweging

9 Maanden geleden ben ik op een geheel eigen wijze aan mijn Via di Dante begonnen.

Enigszins overmoedig heb ik mijzelf eind 2020 voorgehouden in 2021 elke maand iets aangaand het leven en werk van Dante Alighieri op papier te zetten. Een reis door het onbekende, immers in de loop der jaren had ik best wel eens wat over het leven en werk van Dante Alighieri gelezen en gehoord, maar dat waren veel eerden flarden dan dat er sprake was van een behoorlijk zicht op het geheel.

Maar nu, negen maanden later, zijn er duidelijk contouren ontslaan, de flarden hebben zich wat samengeklonterd waardoor inzicht in de persoon en het werk wat is verdiept.

Tegelijkertijd is mij, teksten en toelichtingen lezende, steeds meer duidelijk geworden dat ik eigenlijk nog maar heel weinig weet en doorzie hoe groots en monumentaal de Divina Commedia is. En dat betreft zoveel invalshoeken, het theologische, filosofische, mythologische, astronomische, psychologische maar vooral ook het poëtische.

Er is zoveel te vertellen, te verklaren over het werk van Dante Alighieri, uiteindelijk zou ik het toch willen houden op het poëtische van de Sommo Poeta.

Tussen al het gezoek op internet door heb ik mij steeds de tijd gegeven om verzen van de Divina Commedia te lezen, om van de intense schoonheid daarvan te genieten. En of dat nu hardop in het Italiaans gebeurt zoals door Roberto Beningi of Gassman of in het Nederlands in een vertaling van Ike Cialona, het is allemaal even mooi.

Ik heb eerder gezegd als antwoord op de vraag wat vind je het mooist lezende de Divina Commedia, dan zeg ik steeds het totaal, net zoals je onder de indruk kunt zijn van een schilderij. Ook dan gaat het niet om de details maar om de totale indruk die het werk op je maakt. En zo geldt dat ook voor de Divina Commedia.

 

9 Maanden geleden zoals gezegd begon ik aan deze reis. Eigenlijk is mijn Via di Dante 20 jaar geleden begonnen. Ik herinner het mij goed. Om wat voor reden dan ook, pas begonnen met het Italiaans, heb ik mij ingeschreven voor een Dante symposium op 7 juni 2002, georganiseerd door de VU in Amsterdam. Een internationaal gezelschap van vertalers waren daar bijeen. Onderwerp: hoe vertaal je, aan de hand van een aantal verzen, het werk van Dante Alighieri. Geen eenstemmigheid hoe dan ook.

Eén van de sprekers aldaar was Ike Cialona, mede vertaalster van de uitgave de Goddelijke Komedie, voorzien van de etsen van Gustave Doré. Dat boek nu, toen aangeschaft en voorzien van haar handtekening met datum, is steeds voor mij de leidraad geweest bij mijn maandberichten. Kennelijk is toen de kiem gelegd voor iets wat 20 jaar later tot een soort voltooiing is gekomen.

 

Maar is uiteindelijk de Via di Dante niet 20 jaar geleden maar met ons geboorte begonnen. Zijn we niet allen net zoals Dante met onze levensweg bezig, zoals Patrick Lateur in het interview zei: Voor mij is Dante een metafoor voor mensen onderweg, kortom zijn we niet allen una persona Dante?

 

Ik sluit nu mijn cyclus af, ik hoop de lezer op een aardige manier geïnformeerd te hebben en geïnspireerd om zich te verdiepen en te genieten van al het schoons dat Dante Alighieri ons heeft nagelaten.

Ook jou wens ik een buona Via di Dante toe. En vergeet intussen niet te genieten van al het schoons dat de comitati Dante Alighieri voor hun leden en anderen met name in hert kader van de Dante 700 viering in september 2021 hebben georganiseerd. Zie: Dante Alighieri – Italiaanse taal en cultuur in Nederland – Website van de gezamenlijke Dante verenigingen in Nederland (dantenederland.nl)

1 September 2021

Rob Vroom

 


​Dante Leeft! Expositie en lezingenprogramma
17sep

​Dante Leeft! Expositie en lezingenprogramma

Een eigentijdse blik op Dante Alighieri (1265-1321) Van 30 september tot 24 oktober organiseert Dante Alighieri Amersfoort in...

19aug

Dante 700 Augustus 2021- deel 1

De Kunsten Dante Alighieri, aan het eind van zijn laatste 33ste Canto in het Paradiso volledig opgegaan in een totale abstractie, heeft...

Reacties

Log in om de reacties te lezen en te plaatsen